ECLI:NL:RBROT:2025:14799

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
25 november 2025
Publicatiedatum
17 december 2025
Zaaknummer
C/10/708383 / JE RK 25-2106
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ondertoezichtstelling van minderjarigen door de kinderrechter in Rotterdam

Op 25 november 2025 heeft de kinderrechter van de Rechtbank Rotterdam een beschikking uitgesproken over de ondertoezichtstelling van vier minderjarigen, [voornaam minderjarige 1], [voornaam minderjarige 2], [voornaam minderjarige 3] en [voornaam minderjarige 4]. Deze beschikking is gegeven in de zaak van de Raad voor de Kinderbescherming, die op 14 oktober 2025 een verzoekschrift heeft ingediend. De zitting vond plaats met gesloten deuren, waarbij de ouders en vertegenwoordigers van de Raad en de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming west Zuid-Holland aanwezig waren. De kinderrechter heeft vastgesteld dat de ouders onvoldoende in staat zijn om de zorgen om de kinderen zelfstandig weg te nemen, ondanks hun bereidheid om samen te werken met de hulpverlening.

De kinderrechter heeft geconstateerd dat er forse zorgen zijn over het welzijn en de ontwikkeling van de minderjarigen, vooral op school. De ouders zijn niet verschenen bij zorggesprekken op school, wat de zorgen heeft vergroot. De kinderrechter heeft besloten om de minderjarigen onder toezicht te stellen voor de duur van een jaar, met de beslissing uitvoerbaar bij voorraad. Dit betekent dat de beslissing direct geldt, ook als er hoger beroep wordt ingesteld. De kinderrechter heeft de beschikking op schrift gesteld op 27 november 2025, en tegen deze eindbeslissing is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/708383 / JE RK 25-2106
Datum uitspraak: 25 november 2025
Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling
in de zaak van
de Raad voor de Kinderbescherming, Rotterdam-Dordrecht,
hierna te noemen: de Raad, gevestigd te Rotterdam,
over
[minderjarige 1],
geboren op [geboortedatum 1] 2009 in [geboorteplaats 1] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige 1] ,
[minderjarige 2],
geboren op [geboortedatum 2] 2013 in [geboorteplaats 2] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige 2] ,
[minderjarige 3],
geboren op [geboortedatum 3] 2016 in [geboorteplaats 2] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige 3] ,
[minderjarige 4],
geboren op [geboortedatum 4] 2019 in [geboorteplaats 2] , hierna te noemen [voornaam minderjarige 4] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder],
hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats 1] ,
[naam vader],
hierna te noemen: de vader, wonende in [woonplaats 2] .

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen van de Raad van 14 oktober 2025, ontvangen op diezelfde datum.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 25 november 2025. Daarbij waren aanwezig:
  • de moeder (telefonisch)
  • de vader (telefonisch);
- een vertegenwoordiger van de Raad, [persoon A] ;
- een vertegenwoordiger van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming west Zuid-Holland (hierna: de GI), [persoon B] (telefonisch).
1.3.
Aangezien de moeder de Nederlandse taal niet of onvoldoende machtig is, maar wel de taal Malinké, heeft de kinderrechter het verhoor doen plaatsvinden met bijstand van S. Diaby, tolk in de taal Malinké. De kinderrechter heeft vastgesteld dat de tolk is beëdigd overeenkomstig het bepaalde in artikel 12 van de Wet beëdigde tolken en vertalers.
1.4.
De kinderrechter heeft [voornaam minderjarige 1] naar zijn mening gevraagd. [voornaam minderjarige 1] heeft geen mening gegeven.

2.De feiten

2.1.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige 3] en [voornaam minderjarige 4] . De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] .
2.2.
[voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] , [voornaam minderjarige 3] en [voornaam minderjarige 4] wonen bij de moeder.

3.Het verzoek

3.1.
De Raad verzoekt [voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] , [voornaam minderjarige 3] en [voornaam minderjarige 4] onder toezicht te stellen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
De Raad handhaaft het verzoek tijdens de mondelinge behandeling en licht het – onder verwijzing naar het verzoekschrift – als volgt toe. De zorgen om de kinderen, voornamelijk op school maar ook daarbuiten, nemen steeds meer toe. De school van [voornaam minderjarige 3] en [voornaam minderjarige 4] heeft de ouders meerdere keren uitgenodigd voor een zorggesprek, maar de ouders zijn hierbij niet verschenen. De GI is in het kader van een ondertoezichtstelling al betrokken bij de oudere zus van de kinderen (hierna: [naam kind] ). Het is de aankomende periode belangrijk dat de GI ook bij de andere kinderen betrokken raakt en dat verdere hulpverlening kan worden ingezet. Het is positief dat de ouders hiervoor open staan, het lukt hen niet om de zorgen binnen het vrijwillig kader weg te nemen.

4.De standpunten

4.1.
De GI brengt tijdens de mondelinge behandeling het volgende naar voren. De vader heeft aangegeven dat hij het lastig vindt om de kinderen de zorg en aandacht te geven die zij nodig hebben. De ondertoezichtstelling kan hierbij helpend zijn. De GI is in het kader van de ondertoezichtstelling al betrokken bij [naam kind] . Wanneer ook een ondertoezichtstelling voor de andere kinderen wordt verleend, is de GI in staat en bereid om direct te starten. Dezelfde jeugdbeschermers die betrokken zijn bij [naam kind] kunnen ook voor de andere kinderen aan de slag.
4.2.
De moeder stemt tijdens de mondelinge behandeling in met het verzoek van de Raad. De GI is in het kader van de ondertoezichtstelling al betrokken bij [naam kind] en de moeder is hier blij mee. De betrokkenheid van de GI kan voor de andere kinderen ook helpend zijn, bijvoorbeeld bij het begeleiden van huiswerk.
4.3.
De vader stemt tijdens de mondelinge behandeling in met het verzoek van de Raad. De GI is in het kader van de ondertoezichtstelling al betrokken bij [naam kind] en de vader is hier tevreden mee. De GI zou de andere kinderen ook kunnen helpen. Dit is voornamelijk belangrijk met betrekking tot het schoolwerk van de kinderen. De vader geeft nadrukkelijk aan blij te zijn met de inzet van de betrokken medewerkers van de jeugdbescherming. Hij wil graag samenwerken, met de moeder, in het belang van alle kinderen.

5.De beoordeling

5.1.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat er forse zorgen bestaan om het welzijn en de ontwikkeling van [voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] , [voornaam minderjarige 3] en [voornaam minderjarige 4] . De betrokken scholen melden zorgen om het gedrag van de kinderen en de ouders lijken onvoldoende aan te (kunnen) sluiten op de behoeften van de kinderen. De GI is in het kader van de ondertoezichtstelling al betrokken bij [naam kind] , de oudere zus van de kinderen. Deze hulp wordt gewaardeerd door ouders. De inzet van de GI is voor de andere kinderen ook nodig, zodat met passende hulpverlening positieve stappen kunnen worden gezet. De ouders staan welwillend tegenover de inzet van hulpverlening, maar zij zijn nog niet in staat om de zorgen om de kinderen zelfstandig en binnen het vrijwillig kader weg te nemen.
5.2.
Gelet op het voorgaande is de kinderrechter van oordeel dat aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling is voldaan. [1] De kinderrechter zal [voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] , [voornaam minderjarige 3] en [voornaam minderjarige 4] daarom onder toezicht stellen voor de duur van een jaar.
5.3.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
stelt [voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] , [voornaam minderjarige 3] en [voornaam minderjarige 4] onder toezicht van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming west Zuid-Holland met ingang van 25 november 2025 tot 25 november 2026;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 25 november 2025 door mr. M.P.G. Rietbergen, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. L.L.N. Snijder als griffier, en op schrift gesteld op 27 november 2025.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:255 BW.