Op 25 november 2025 heeft de kinderrechter van de Rechtbank Rotterdam een beschikking uitgesproken over de ondertoezichtstelling van vier minderjarigen, [voornaam minderjarige 1], [voornaam minderjarige 2], [voornaam minderjarige 3] en [voornaam minderjarige 4]. Deze beschikking is gegeven in de zaak van de Raad voor de Kinderbescherming, die op 14 oktober 2025 een verzoekschrift heeft ingediend. De zitting vond plaats met gesloten deuren, waarbij de ouders en vertegenwoordigers van de Raad en de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming west Zuid-Holland aanwezig waren. De kinderrechter heeft vastgesteld dat de ouders onvoldoende in staat zijn om de zorgen om de kinderen zelfstandig weg te nemen, ondanks hun bereidheid om samen te werken met de hulpverlening.
De kinderrechter heeft geconstateerd dat er forse zorgen zijn over het welzijn en de ontwikkeling van de minderjarigen, vooral op school. De ouders zijn niet verschenen bij zorggesprekken op school, wat de zorgen heeft vergroot. De kinderrechter heeft besloten om de minderjarigen onder toezicht te stellen voor de duur van een jaar, met de beslissing uitvoerbaar bij voorraad. Dit betekent dat de beslissing direct geldt, ook als er hoger beroep wordt ingesteld. De kinderrechter heeft de beschikking op schrift gesteld op 27 november 2025, en tegen deze eindbeslissing is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag.