De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond verzocht om verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van twee minderjarige kinderen die sinds december 2024 in een pleeggezin verblijven. De moeder, belast met het ouderlijk gezag, stemde niet in met het verzoek en wilde dat de kinderen weer bij haar zouden wonen. De vader sloot zich hierbij aan.
De kinderrechter constateerde dat de kinderen nog steeds ernstig in hun ontwikkeling worden bedreigd door de onveilige thuissituatie veroorzaakt door de psychische problematiek van de moeder. De kinderen vertonen trauma-gerelateerd gedrag en hebben professionele hulpverlening nodig. De moeder is opgenomen geweest en krijgt medicatie, maar het contact tussen ouders en kinderen is sinds enkele maanden gestagneerd.
De rechter benadrukte het belang van contactherstel tussen ouders en kinderen en goede samenwerking tussen ouders en de GI. Gezien de omstandigheden en het belang van de kinderen werd het verzoek van de GI toegewezen. De ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing werden verlengd tot 28 november 2026, met onmiddellijke ingang, ook bij hoger beroep.