ECLI:NL:RBROT:2025:14788

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
18 november 2025
Publicatiedatum
17 december 2025
Zaaknummer
C/10/709354 / JE RK 25-2239
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ondertoezichtstelling van een minderjarige vanwege ernstige ontwikkelingsbedreiging door onveilige opvoedomstandigheden

Op 18 november 2025 heeft de kinderrechter van de Rechtbank Rotterdam een beschikking uitgesproken in de zaak van de Raad voor de Kinderbescherming regio Rotterdam-Dordrecht betreffende de ondertoezichtstelling van een minderjarige, geboren in 2019. De kinderrechter heeft geoordeeld dat de ontwikkeling van de minderjarige ernstig wordt bedreigd door eerdere onveilige opvoedomstandigheden en vastgelopen vrijwillige hulpverlening. De ouders van de minderjarige zijn belast met het ouderlijk gezag, maar de situatie is onveilig door verbale en fysieke agressie in het verleden. De minderjarige verblijft momenteel bij zijn moeder en oma, wat een verbetering is ten opzichte van de situatie bij de vader, maar nog steeds niet optimaal is. De Raad heeft verzocht om de minderjarige onder toezicht te stellen voor de duur van negen maanden, wat door de kinderrechter is toegewezen. De kinderrechter heeft vastgesteld dat de ouders niet altijd meewerken aan de benodigde ondersteuning, waardoor vrijwillige hulpverlening niet voldoende is. De kinderrechter heeft de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat betekent dat de beslissing direct geldt, ook als er hoger beroep wordt ingesteld. De ondertoezichtstelling is noodzakelijk om de regie te nemen en de ontwikkeling van de minderjarige te waarborgen.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/709354 / JE RK 25-2239
Datum uitspraak: 18 november 2025
Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling
in de zaak van
de Raad voor de Kinderbescherming regio Rotterdam-Dordrecht,
gevestigd in Rotterdam, hierna te noemen: de Raad,
over
[minderjarige],
geboren op [geboortedatum] 2019 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder],
hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats 1] ,
[naam vader],
hierna te noemen: de vader, wonende in [woonplaats 2] ,
advocaat: mr. G.E. van der Pols uit Rotterdam.
De kinderrechter merkt als informant aan:
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
gevestigd in Rotterdam, hierna te noemen: de GI.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
  • het verzoekschrift van de Raad van 31 oktober 2025, binnengekomen bij de rechtbank op dezelfde datum;
  • het rapport van de Raad van 30 oktober 2025.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 18 november 2025. Daarbij waren aanwezig:
- de moeder;
- de vader (telefonisch) bijgestaan door zijn advocaat;
- een vertegenwoordiger van de Raad, [persoon A] ;
- een vertegenwoordiger van de GI, [persoon B] .

2.De feiten

2.1.
De moeder en de vader zijn belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] .
2.2.
[voornaam minderjarige] verblijft met zijn moeder bij oma moederszijde (oma mz).

3.Het verzoek

3.1.
De Raad verzoekt [voornaam minderjarige] onder toezicht te stellen voor de duur van negen maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
De Raad handhaaft ter zitting het verzoek en licht dit als volgt toe. [voornaam minderjarige] is opgegroeid in een onrustige en onveilige situatie, waar sprake was van verbale en fysieke agressie. Zowel bij de vader als de moeder zijn financiële zorgen. [voornaam minderjarige] verblijft nu – met de moeder - bij oma mz. Dit is een verbetering ten opzichte van het verblijf van [voornaam minderjarige] bij de vader, maar nog steeds geen optimale situatie. In het vrijwillig kader komt de hulpverlening niet van de grond. Een ondertoezichtstelling is nodig om de regie te nemen en bepaalde patronen te doorbreken.

4.Het standpunt van de GI

4.1.
De GI ondersteunt het verzoek van de Raad. Op dit moment is er veel onduidelijkheid; namelijk met betrekking de omgang met de vader, een eigen woning voor de moeder en de hulpverlening die moet worden ingezet. De moeder en [voornaam minderjarige] moeten nog worden ingeschreven in de gemeente waar ze nu daadwerkelijk verblijven, zodat hulpverlening kan worden ingezet. Bovendien is gebleken dat de ouders niet altijd toestemming geven voor hulp, waardoor deze niet van de grond komt.

5.Het standpunt van de moeder

5.1.
De moeder staat op de tweede plaats van de wachtlijst voor een plek op de vrouwenopvang van Enver, maar kan nog niet voorspellen wanneer zij aan de beurt is. De moeder moest in Spijkenisse ingeschreven blijven om hulp te kunnen krijgen, maar uiteindelijk is er niets gebeurd. Wanneer de moeder vroeg aan de casusregisseur hoe het ervoor stond, kreeg de moeder de reactie dat het niet lukt om contact te krijgen met de vader.

6.Het standpunt van de vader

6.1.
Door en namens de vader wordt gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. De vader herkent zich niet in het beeld dat [voornaam minderjarige] bang voor hem is. [voornaam minderjarige] komt elk weekend bij zijn oom vaderszijde, waar de vader verblijft vanwege zijn hernia. De vader erkent dat hij niet altijd bereikbaar was en geeft aan dat hij dit anders had moeten doen. De vader wil samenwerken en betrokken zijn bij [voornaam minderjarige] .

7.De beoordeling

7.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling is voldaan. [1] De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
7.2.
De ontwikkeling van [voornaam minderjarige] wordt ernstig bedreigd. [voornaam minderjarige] is opgegroeid in een situatie waarin sprake was van zowel fysiek als verbaal geweld. Er hebben zich ernstige incidenten voorgedaan van de vader richting de moeder, waarbij [voornaam minderjarige] aanwezig was, waaronder het bedreigen van de moeder met een mes. De ouders zijn inmiddels uit elkaar en [voornaam minderjarige] woont met zijn moeder bij oma (mz) vanwege de onveiligheid bij de vader. Sinds [voornaam minderjarige] en zijn moeder elders verblijven wordt gezien dat hij meer rust ervaart. Wel moet worden onderkend dat een dergelijke ingrijpende opvoedsituatie grote impact heeft op een jongen van pas zes jaar oud. Voor de identiteitsontwikkeling van [voornaam minderjarige] is het belangrijk dat hij op structurele en onbelaste wijze contact heeft met beide ouders. [voornaam minderjarige] ziet zijn vader momenteel alleen wanneer hij omgang heeft met zijn oom vaderszijde. Het is van belang dat wordt onderzocht op welke wijze omgang tussen [voornaam minderjarige] en zijn vader mogelijk is, waarbij rekening moet worden gehouden met het tempo en draagkracht van [voornaam minderjarige] . De ernstige ontwikkelingsbedreiging kan niet of onvoldoende worden weggenomen met vrijwillige hulpverlening, omdat de ouders niet altijd meewerken aan de benodigde ondersteuning. Hierdoor is het vrijwillige kader vastgelopen en is regie vanuit de GI noodzakelijk.
7.3.
Gelet op voorgaande is het van belang dat de GI betrokken raakt om de belangen van [voornaam minderjarige] te vertegenwoordigen, de communicatie tussen de ouders te begeleiden, hulpverlening in gang te zetten en te onderzoeken hoe omgang tussen [voornaam minderjarige] en zijn vader vorm kan krijgen. De ondertoezichtstelling is daarom nodig. De kinderrechter stelt [voornaam minderjarige] onder toezicht voor de verzochte duur van negen maanden.
7.4.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

8.De beslissing

De kinderrechter:
8.1.
stelt [voornaam minderjarige] onder toezicht van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond met ingang van 18 november 2025 tot 18 augustus 2026;
8.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 18 november 2025 door
mr. M.C. Woudstra, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. R.S.E. Pronk als griffier, en op schrift gesteld op 28 november 2025.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:255 Burgerlijk Wetboek.