Op 13 november 2025 heeft de kinderrechter van de Rechtbank Rotterdam een beschikking gegeven over de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige, geboren in 2013. De kinderrechter oordeelt dat het noodzakelijk is om de machtiging te verlengen, omdat verblijf bij een van de ouders momenteel niet mogelijk is. De minderjarige verblijft op een open groep van Bergse Bos en heeft daar grote ontwikkeling laten zien. De vader heeft een verleden van agressie en emotieregulatieproblemen, wat momenteel een terugplaatsing bij hem onmogelijk maakt. De moeder heeft ook zorgen over haar draagkracht en de thuissituatie, waardoor terugplaatsing bij haar op dit moment niet mogelijk is. De kinderrechter benadrukt het belang van voorzichtig contactherstel tussen de vader en de minderjarige, zonder druk uit te oefenen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat betekent dat de beslissing direct geldt, ook als er hoger beroep wordt ingesteld. De beslissing is openbaar uitgesproken en op schrift gesteld op 25 november 2025.