Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- verzoekers;
- mevrouw S. Ramlal, werkzaam bij Geldplein (hierna: schuldhulpverlening);
- mevrouw S. Soekhai, werkzaam bij Geldplein.
2.Het verzoek
5 december 2025 uitstel verleend. Verzoekster heeft tenslotte aangegeven sinds 1 december 2025 in loondienst te zijn bij Daan en daarnaast werkzaam te zijn in de wijkverpleging, voor in totaal 48 uur per week. Verzoekster kon ter zitting geen arbeidscontracten overleggen. Verzoeker is momenteel werkzoekende, nadat hij met een eerdere baan was gestopt.
3.Het verweer
4.De beoordeling
4 december 2025 zou worden betaald. In een bericht met bijlagen aan de rechtbank van
8 december 2025 heeft schuldhulpverlening melding gemaakt van het onbetaald blijven van de huur van december 2025 wegens beslag op het inkomen van verzoekster. Van deze omstandigheid heeft verzoekster op de zitting geen melding gemaakt, terwijl de beslagaanzegging dateert van 23 oktober 2025. De na de zitting overgelegde stukken bieden nog steeds geen inzicht in de huidige inkomstenpositie van verzoekster; arbeidscontracten of andere onderbouwende documenten ontbreken. Voorts heeft verzoeker tot op heden geen werk. De continuïteit van de toekomstige huurbetalingen is onvoldoende gewaarborgd. De reeds aanzienlijke schuld van € 14.955,16 zal verder toenemen, terwijl verzoekers herhaalde kansen is geboden. Derhalve is de rechtbank van oordeel dat het belang van verweerster zwaarder dient te wegen dan het belang van verzoekers. De verzochte voorziening zal dan ook worden afgewezen.