Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- verzoekster;
- mevrouw C. Cruz Ramos, werkzaam bij Geldplein (hierna: schuldhulpverlening);
2.Het verzoek
3.Het verweer
4.De beoordeling
5.De beslissing
19 november 2025;
Rechtbank Rotterdam
In deze zaak heeft verzoekster op 19 november 2025 een verzoekschrift ingediend op basis van artikel 284 en 287b van de Faillissementswet (Fw) voor een voorlopige voorziening. De rechtbank heeft de behandeling van het verzoek op 2 december 2025 bepaald, maar verweerster, Stichting Havensteder, is niet verschenen. Verzoekster heeft een huurachterstand opgebouwd doordat zij drie jaar in Portugal heeft gewoond en nu terug is in Nederland. Ze heeft zich aangemeld voor schuldhulpverlening en is bezig met het stabiliseren van haar financiële situatie.
De rechtbank heeft beoordeeld of er sprake is van een bedreigende situatie, zoals vereist door artikel 287b, tweede lid, Fw. Aangezien verzoekster bewijs heeft overgelegd van een dreigende ontruiming, oordeelt de rechtbank dat er inderdaad sprake is van een bedreigende situatie. De rechtbank weegt de belangen van verzoekster, die in haar huurwoning wil blijven, tegen die van verweerster, die het vonnis tot ontruiming wil uitvoeren. De rechtbank concludeert dat het belang van verzoekster zwaarder weegt, vooral gezien haar inspanningen om haar financiële situatie te verbeteren.
De rechtbank heeft daarom de tenuitvoerlegging van het vonnis tot ontruiming opgeschort voor de duur van zes maanden, mits verzoekster haar huurtermijnen tijdig blijft voldoen. Tevens is verzoekster niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling, maar kan zij in de toekomst een nieuw verzoek indienen. De uitspraak is gedaan door mr. W.J. Roos-van Toor op 10 december 2025.