Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- verzoekster;
- mevrouw C. Cruz Ramos, werkzaam bij Geldplein (hierna: schuldhulpverlening);
2.Het verzoek
3.Het verweer
4.De beoordeling
5.De beslissing
19 november 2025;
Rechtbank Rotterdam
Verzoekster heeft een voorlopige voorziening gevraagd op grond van artikel 287b Faillissementswet om de ontruiming van haar huurwoning te voorkomen. De ontruiming was bevolen bij vonnis van 21 augustus 2025, en de ontruiming stond gepland op 27 november 2025. Verzoekster had een huurachterstand opgebouwd doordat zij drie jaar in Portugal woonde en moeite had om vaste lasten in beide landen te betalen.
Ter zitting verscheen verweerster niet, maar verzoekster toonde aan dat zij actief werkt aan haar schuldsanering, waaronder het inschakelen van schuldhulpverlening, het aanvragen van beschermingsbewind of budgetbeheer, en het doen van betalingen aan de verhuurder. Sinds eind november 2025 is zij bovendien werkzaam en heeft zij een uitkering aangevraagd om haar financiële situatie te stabiliseren.
De rechtbank oordeelde dat er sprake is van een bedreigende situatie en dat het belang van verzoekster om in haar woning te blijven en het schuldhulpverleningstraject voort te zetten zwaarder weegt dan het belang van verweerster om het vonnis uit te voeren. De voorlopige voorziening wordt daarom voor zes maanden toegekend onder de voorwaarde dat de lopende termijnen tijdig worden voldaan.
Daarnaast verklaarde de rechtbank verzoekster niet-ontvankelijk in haar verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling ex artikel 284, tweede lid, Faillissementswet, omdat het minnelijk traject naar verwachting niet snel zal zijn afgerond. Verzoekster kan later een nieuw verzoek indienen.
De uitspraak werd gedaan door rechter W.J. Roos-van Toor op 10 december 2025.
Uitkomst: De rechtbank wijst de voorlopige voorziening toe en schort de ontruiming van de huurwoning voor zes maanden op onder voorwaarden.