Verzoekster heeft een verzoek ingediend tot gedwongen schuldregeling op grond van artikel 287a Faillissementswet, waarbij zij een akkoord aanbood met betaling van 64,27% van haar schuldenlast aan concurrente schuldeisers. Twee schuldeisers stemden in, maar Zilveren Kruis, met een vordering van €830,62, weigerde mee te werken omdat zij volledige betaling wenst.
Zilveren Kruis stelt dat verzoekster voldoende afloscapaciteit heeft om haar schulden binnen 36 maanden volledig af te lossen, mede omdat alternatieven zoals herfinanciering niet onderzocht zijn. Verzoekster volgt echter een opleiding en ontvangt studiefinanciering zonder betaald werk, waardoor zij niet aan de eis van minimaal 36 uur werken voldoet. De rechtbank acht onvoldoende aannemelijk dat verzoekster niet in staat zal zijn een hoger inkomen te genereren na afronding van haar opleiding.
De rechtbank weegt het belang van Zilveren Kruis, die bijna de helft van de schulden bezit, zwaarder dan dat van verzoekster en de overige schuldeisers en concludeert dat het aanbod niet het maximaal haalbare is. Daarom wordt het verzoek tot gedwongen schuldregeling afgewezen.