Partijen zijn gehuwd sinds 22 april 2022 en verzoeken ieder afzonderlijk om echtscheiding wegens duurzame ontwrichting van het huwelijk. De rechtbank stelt vast dat het verzoek niet is weersproken en gegrond is op de wet, waardoor de echtscheiding wordt uitgesproken.
Tijdens de mondelinge behandeling op 30 oktober 2025 bereiken partijen overeenstemming over de bijdrage van de man in de kosten van levensonderhoud van de vrouw. De man zal gedurende één jaar vanaf 19 november 2025 maandelijks € 200,- bij vooruitbetaling aan de vrouw voldoen. Verder trekken partijen hun overige verzoeken in en komen overeen geen verdere vorderingen op elkaar te doen.
De rechtbank verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad, behalve ten aanzien van de echtscheiding zelf. De proceskosten worden ieder voor eigen rekening genomen. Het meer of anders verzochte wordt afgewezen. Tegen deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag, waarvoor een advocaat nodig is.