ECLI:NL:RBROT:2025:14687
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd en loonbetaling taxichauffeur
De werknemer trad op 16 oktober 2017 in dienst bij een eenmanszaak en verrichtte werkzaamheden als taxichauffeur. Op 1 mei 2024 trad hij in dienst bij de nieuw opgerichte BV, verweerster, die de opvolger is van de eenmanszaak. De werkgever stelde dat de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd was en op 1 mei 2025 eindigde, maar de werknemer betwistte dit en stelde dat sprake is van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd op grond van artikel 7:668a lid 2 BW.
De kantonrechter oordeelde dat de arbeidsovereenkomst inderdaad voor onbepaalde tijd is, omdat verweerster als opvolger van de eenmanszaak wordt aangemerkt en de werknemer dezelfde werkzaamheden bleef verrichten. De mededeling van de werkgever dat de overeenkomst van rechtswege zou zijn geëindigd, had geen beëindigend effect.
De werknemer vorderde betaling van achterstallig loon, loon tijdens ziekte en vakantiebijslag. De kantonrechter wees deze vorderingen toe, inclusief een wettelijke verhoging van 10% wegens te late betaling en wettelijke rente. Het verzoek om nakoming van re-integratieverplichtingen werd afgewezen omdat de werkgever nog niet in verzuim was. De proceskosten werden aan de werkgever opgelegd. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De werknemer heeft een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd en de werkgever is veroordeeld tot betaling van achterstallig loon, loon tijdens ziekte en vakantiebijslag.