Partijen zijn sinds 1998 geregistreerd partners en hebben hun relatie beëindigd. [naam 1] heeft een verzoek ingediend voor het exclusieve gebruik van de echtelijke woning, waarop [naam 2] een tegenverzoek heeft ingediend. De rechtbank heeft het verzoek van [naam 1] toegewezen en het verzoek van [naam 2] afgewezen, waarbij [naam 1] vanaf 5 januari 2026 het exclusieve gebruik krijgt en [naam 2] de woning uiterlijk 4 januari 2026 dient te verlaten.
De rechtbank weegt mee dat beide partijen fysieke en psychische beperkingen hebben en dat beiden aanpassingen aan de woning hebben. Het verblijf elders verergert hun klachten. Beide partijen kunnen na ontbinding in aanmerking komen voor de woning, maar [naam 1] heeft werk en inkomen, waardoor zij een grotere kans heeft op een nieuwe woonplek. Het exclusieve gebruik wordt toegekend om [naam 1] de mogelijkheid te bieden haar werk voort te zetten en een nieuwe woning te zoeken.
[naam 2] heeft een tijdelijk alternatief in de buurt en wordt geacht deze situatie te benutten om een nieuwe woonruimte te vinden. De rechtbank wijst het verzoek van [naam 2] om goederen die tot haar dagelijks gebruik strekken toe te wijzen af, omdat dit niet is geconcretiseerd. Proceskosten worden ieder voor eigen rekening genomen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad gegeven.