De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting tot verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van drie minderjarige kinderen, geboren in 2013, 2015 en 2018. De kinderen verblijven respectievelijk in een pleeggezin en een gezinshuis. De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag.
De kinderrechter heeft vastgesteld dat ondanks langdurige hulpverlening de ouders niet in staat zijn zelfstandig voor de kinderen te zorgen. De ontwikkeling van de kinderen wordt ernstig bedreigd, waardoor verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing noodzakelijk is. De kinderen hebben sinds hun uithuisplaatsing een positieve ontwikkeling doorgemaakt en zitten op de juiste plek.
De moeder stemt in met verlenging van de ondertoezichtstelling, maar verzoekt om een kortere duur van de machtiging tot uithuisplaatsing en een contra-expertise vanwege een vermeend gedateerd onderzoek. Dit verzoek wordt afgewezen omdat het belang van de kinderen bij rust en duidelijkheid prevaleert. De beslissing wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard en is op 3 december 2025 uitgesproken door de kinderrechter.