ECLI:NL:RBROT:2025:14632

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
3 december 2025
Publicatiedatum
12 december 2025
Zaaknummer
C/10/709627 / JE RK 25-2277
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Onderzoek naar ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige

Op 3 december 2025 heeft de kinderrechter van de Rechtbank Rotterdam een beschikking uitgesproken in de zaak van de Raad voor de kinderbescherming, regio Rotterdam-Dordrecht, betreffende de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige, geboren in 2010. De kinderrechter heeft vastgesteld dat de minderjarige, hierna te noemen [voornaam minderjarige], ernstig in haar ontwikkeling wordt bedreigd. De ouders, de moeder en de vader, zijn belast met het ouderlijk gezag, maar zijn onvoldoende in staat om de ontwikkelingsbedreiging in het vrijwillige kader weg te nemen. De Raad heeft verzocht om een ondertoezichtstelling voor de duur van een jaar en een machtiging tot uithuisplaatsing voor zes maanden, wat door de kinderrechter is toegewezen. De kinderrechter heeft de noodzaak van de ondertoezichtstelling en de uithuisplaatsing onderbouwd met de persoonlijke problematiek van [voornaam minderjarige], het overmatige schoolverzuim en het ontbreken van structuur in de opvoedsituatie. De kinderrechter heeft de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat betekent dat de beslissing direct geldt, ook als er hoger beroep wordt ingesteld. De beschikking is openbaar uitgesproken en op schrift gesteld op 12 december 2025.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/709627 / JE RK 25-2277
Datum uitspraak: 3 december 2025
Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de Raad voor de kinderbescherming, regio Rotterdam-Dordrecht,
gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen: de Raad.
over
[minderjarige],
geboren op [geboortedatum] 2010 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder],
hierna te noemen: de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
[naam vader],
hierna te noemen: de vader, wonende in [woonplaats] ,
advocaat mr. Zantman, kantoorhoudende te Rotterdam.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 5 november 2025;
- het e-mailbericht van het Centrum Jeugd en Gezin te Capelle aan den IJsel, van 2 december 2025.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 3 december 2025. Daarbij waren aanwezig:
- de moeder;
- de vader met zijn advocaat;
- een vertegenwoordiger van de Raad, [persoon A] ;
- een vertegenwoordiger van de gecertificeerde instelling William Schrikker Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, hierna: De GI, [persoon B] .
1.3.
De kinderrechter heeft [voornaam minderjarige] naar haar mening gevraagd. [voornaam minderjarige] heeft hierover voorafgaand aan de zitting een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [voornaam minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren. [voornaam minderjarige] was aanwezig bij de uitspraak en heeft deze dus zelf gehoord van de kinderrechter.

2.De feiten

2.1.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] .
2.2.
[voornaam minderjarige] verblijft in een uitwijkhuis, 'De Villa', van Enver.

3.Het verzoek

3.1.
De Raad verzoekt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] voor de duur van een jaar. Tevens verzoekt de Raad een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder voor de duur van zes maanden. De Raad verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4.De standpunten

4.1.
De Raad handhaaft het verzoek ter zitting en licht deze nader toe. De Raad benadrukt ter zitting dat alle volwassenen in het leven van [voornaam minderjarige] een belangrijke rol spelen. Het is in het belang van [voornaam minderjarige] noodzakelijk dat de betrokken volwassenen goed met elkaar samenwerken en met elkaar door een deur kunnen.
4.2.
De GI stemt ter zitting in met het verzoek van de Raad. De GI ziet dat [voornaam minderjarige] veel heeft meegemaakt in haar leven. Het is daarom belangrijk dat er gewerkt wordt aan de veiligheid en structuur in de opvoedomgeving van [voornaam minderjarige] .
4.3.
De moeder voert ter zitting geen verweer tegen het verzoek van de Raad. De moeder is blij met de ondertoezichtstelling en vindt het positief dat er gewerkt wordt naar een terugplaatsing van [voornaam minderjarige] in het pleeggezin.
4.4.
Door en namens de vader wordt ter zitting ingestemd met het verzoek van de Raad. [voornaam minderjarige] heeft het grootste deel van haar leven verbleven in een pleeggezin. Doordat er in het pleeggezin meerdere escalaties zouden hebben plaatsgevonden, werd [voornaam minderjarige] zonder voorbereiding daartoe, bij de vader geplaatst. Omdat deze verandering van de een op de andere dag werd doorgevoerd, is het ook bij de vader thuis geëscaleerd. De vader staat open voor een terugplaatsing van [voornaam minderjarige] bij de pleegouders maar hij maakt zich wel nog zorgen over de veiligheid van [voornaam minderjarige] bij de pleegvader. De vader stemt in met een ondertoezichtstelling zodat de samenwerking tussen hem en de pleegouders hopelijk kan worden verbeterd. De vader heeft het gevoel dat hij in een negatief daglicht wordt gezet en wil graag serieus genomen worden. De vader wil niets liever dan dat het goed gaat met [voornaam minderjarige] en dat zij onderling goed contact hebben.

5.De beoordeling

5.1.
Op basis van de stukken en de mondelinge behandeling is de kinderrechter van oordeel dat is voldaan aan de wettelijke criteria genoemd in artikel 1:255 van het Burgerlijk Wetboek (BW). [voornaam minderjarige] wordt ernstig in haar ontwikkeling bedreigd. [voornaam minderjarige] heeft in haar jonge leven veel meegemaakt, wat heeft geleid tot persoonlijke problematiek. De zorgen zijn gelegen in het overmatige schoolverzuim en het ontbreken van structuur en grenzen in de opvoedsituatie. [voornaam minderjarige] heeft behoefte aan duidelijkheid. Zij verbleef tot voor kort in feite haar gehele leven bij haar pleegouders. De onderlinge relaties tussen de betrokken volwassenen zijn helaas verstoord geraakt waardoor de meningen over wat in het belang van [voornaam minderjarige] is, soms ver uit elkaar liggen. De ouders zijn daarbij voldoende bereid maar onvoldoende in staat om de ontwikkelingsbedreiging van [voornaam minderjarige] in het vrijwillige kader weg te nemen. Het is de kinderrechter duidelijk dat de betrokken volwassenen allemaal veel van [voornaam minderjarige] houden. Desondanks is de betrokkenheid van een jeugdbeschermer noodzakelijk om de ontwikkeling van [voornaam minderjarige] te waarborgen en passende hulpverlening in gang te zetten.
5.2.
De ondertoezichtstelling is daarom nodig. De kinderrechter stelt [voornaam minderjarige] onder toezicht voor de duur van een jaar.
5.3.
Ook is de kinderrechter van oordeel dat de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding (artikel 1:265b, eerde lid, BW). [voornaam minderjarige] woont sinds haar geboorte niet bij de ouders en de kinderrechter acht het op dit moment niet realistisch om aan te nemen dat de ouders de opvoeding en verzorging van [voornaam minderjarige] in de toekomst wel op zich kunnen nemen. [voornaam minderjarige] heeft al langere tijd geen contact met de moeder en een recent verblijf bij de vader is niet goed verlopen. Omdat sprake is van een ondertoezichtstelling en [voornaam minderjarige] niet thuis woont bij een van de gezaghebbende ouders, is er volgens de wet een machtiging tot uithuisplaatsing vereist. [voornaam minderjarige] verblijft momenteel in een uitwijkhuis van Enver maar zij wil het liefst weer bij de pleegouders gaan wonen. Op dit moment is nog onduidelijk op welke termijn er kan worden toegewerkt naar een plaatsing van [voornaam minderjarige] bij de pleegouders en wat ervoor nodig is om dit te realiseren. De kinderrechter wijst daarom de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder toe voor de verzochte duur van zes maanden. Zoals ter zitting is besproken, is het de bedoeling dat [voornaam minderjarige] terug zal keren naar haar pleegouders.
5.4.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
stelt [voornaam minderjarige] onder toezicht van Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond met ingang van 3 december 2025 tot 3 december 2026;
6.2.
verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder met ingang van 3 december 2025 tot 3 juni 2026;
6.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 3 december 2025 door mr. M.P.G. Rietbergen, kinderrechter, in aanwezigheid van E.N. Laurensse als griffier, en op schrift gesteld op 12 december 2025.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.