Op 3 december 2025 heeft de kinderrechter van de Rechtbank Rotterdam een beschikking uitgesproken in de zaak van de Raad voor de kinderbescherming, regio Rotterdam-Dordrecht, betreffende de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige, geboren in 2010. De kinderrechter heeft vastgesteld dat de minderjarige, hierna te noemen [voornaam minderjarige], ernstig in haar ontwikkeling wordt bedreigd. De ouders, de moeder en de vader, zijn belast met het ouderlijk gezag, maar zijn onvoldoende in staat om de ontwikkelingsbedreiging in het vrijwillige kader weg te nemen. De Raad heeft verzocht om een ondertoezichtstelling voor de duur van een jaar en een machtiging tot uithuisplaatsing voor zes maanden, wat door de kinderrechter is toegewezen. De kinderrechter heeft de noodzaak van de ondertoezichtstelling en de uithuisplaatsing onderbouwd met de persoonlijke problematiek van [voornaam minderjarige], het overmatige schoolverzuim en het ontbreken van structuur in de opvoedsituatie. De kinderrechter heeft de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat betekent dat de beslissing direct geldt, ook als er hoger beroep wordt ingesteld. De beschikking is openbaar uitgesproken en op schrift gesteld op 12 december 2025.