De Gemeente Dordrecht vordert ontbinding van de huurovereenkomst met [gedaagde 1] en zijn partner wegens ernstige en langdurige overlast. [gedaagde 1] huurt sinds 2012 een standplaats en woonwagen en samen met zijn partner hebben zij meerdere honden die geluidsoverlast veroorzaken. De Gemeente stelt dat er sprake is van vervuiling door hondenpoep en grofvuil en dat de blaffende honden sinds 2024 de overlast verergeren. Diverse meldingen van omwonenden en foto’s ondersteunen dit.
Ondanks meerdere waarschuwingen en een gedragsaanwijzing in oktober 2024, waarbij [gedaagde 1] beloofde de overlast te stoppen, is de situatie niet verbeterd. Sterker nog, er zijn bedreigingen geuit door [gedaagde 1] aan omwonenden. De kantonrechter oordeelt dat [gedaagde 1] tekort is geschoten in zijn verplichtingen als huurder en dat de overlast ernstig en langdurig genoeg is om de huurovereenkomst te ontbinden.
De kantonrechter wijst een verklaring voor recht en een schadestaatprocedure af omdat de Gemeente onvoldoende belang en bewijs heeft aangevoerd. De ontruiming wordt toegewezen binnen veertien dagen na betekening van het vonnis, maar het vonnis is niet uitvoerbaar bij voorraad behalve de proceskostenveroordeling. De proceskosten worden begroot op € 791,43 en worden aan [gedaagde 1] c.s. opgelegd met wettelijke rente.
De kantonrechter verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad voor de proceskosten en wijst verder alle overige vorderingen af. Het vonnis is gewezen door mr. W.P.M. Jurgens en in het openbaar uitgesproken.