De Raad voor de Kinderbescherming verzoekt een ondertoezichtstelling van een minderjarige jongen, geboren in 2015, die woont bij zijn moeder. De ouders hebben gezamenlijk het ouderlijk gezag, maar kampen met een complexe echtscheidingssituatie die leidt tot een loyaliteitsconflict bij het kind. De vader is niet verschenen bij de zitting, ondanks juiste oproeping.
De Raad en de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond ondersteunen het verzoek. Het kind vertoont tics en gedragsproblemen als gevolg van spanningen tussen de ouders, die onvoldoende samenwerken en vertrouwen in elkaar hebben. De moeder stemt in met het verzoek en benadrukt de noodzaak van hulpverlening, terwijl de vader geen toestemming geeft voor onderzoek en hulp.
De kinderrechter oordeelt dat de ontwikkeling van het kind ernstig wordt bedreigd door de situatie. Het is noodzakelijk dat een onafhankelijke jeugdbeschermer wordt betrokken om de belangen van het kind te behartigen, regie te voeren en hulpverlening in te zetten. Ook moet de communicatie tussen de ouders verbeteren, omdat zij nog jaren samen verantwoordelijk blijven voor de opvoeding.
De kinderrechter stelt de minderjarige onder toezicht voor de duur van één jaar, met ingang van 21 november 2025 tot 21 november 2026, en verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Tegen deze beschikking is hoger beroep mogelijk binnen drie maanden na uitspraak of betekening.