De moeder verzocht de kinderrechter om een schriftelijke aanwijzing van de gecertificeerde instelling (GI), neergelegd in een e-mail van 23 oktober 2025, te laten vervallen en een ruimere omgangsregeling met haar minderjarige kind vast te stellen. De minderjarige woont middels een machtiging tot uithuisplaatsing bij de vader, die samen met de moeder het ouderlijk gezag heeft. De GI had in de e-mail aangegeven het onbegeleide contact met de moeder met een half uur per moment te hebben uitgebreid en gaf aan de regie te voeren over verdere uitbreidingen.
De kinderrechter oordeelde dat het e-mailbericht van de GI niet kwalificeert als een schriftelijke aanwijzing in de zin van artikel 1:265f BW, omdat het geen beperking van het contact inhoudt maar juist een uitbreiding. De moeder werd daarom niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek tot vervallenverklaring van de schriftelijke aanwijzing. Daarnaast verzocht de moeder om een uitbreiding van de omgangsregeling, waarbij zij minimaal twee keer per week vier uur onbegeleid contact wilde.
De kinderrechter stelde vast dat de omgang sinds mei 2025 geleidelijk was uitgebreid, recent tot anderhalf uur onbegeleid contact per moment. De GI erkent groei bij de moeder en onderzoekt verdere uitbreiding met ondersteuning van SPAM en VIB, rekening houdend met de draagkracht van het kind. De kinderrechter vond de huidige regeling in het belang van het kind en wees het verzoek tot uitbreiding af, waarbij de regie bij de GI blijft. Tegen deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag.