Op 15 oktober 2025 heeft de kinderrechter van de Rechtbank Rotterdam een beschikking gegeven in de zaak van de Raad voor de Kinderbescherming regio Rotterdam-Dordrecht betreffende de ondertoezichtstelling van een minderjarige, geboren in 2010. De kinderrechter heeft vastgesteld dat de ontwikkeling van de minderjarige ernstig wordt bedreigd door complexe gedragsproblemen en verdenkingen van toenemende strafbare feiten. De Raad heeft verzocht om de minderjarige onder toezicht te stellen voor de duur van twaalf maanden, met de beslissing uitvoerbaar bij voorraad. Tijdens de zitting op 15 oktober 2025 waren de moeder, een vertegenwoordiger van de Raad en een vertegenwoordiger van de gecertificeerde instelling aanwezig. De vader was niet verschenen, maar was wel opgeroepen. De kinderrechter heeft de feiten en omstandigheden in overweging genomen, waaronder de detentie van de minderjarige en de zorgen over zijn gedrag. De kinderrechter heeft geoordeeld dat de situatie van de minderjarige zodanig is dat vrijwillige hulpverlening niet voldoende is en dat een jeugdbeschermer noodzakelijk is om verdere escalatie te voorkomen. De kinderrechter heeft de ondertoezichtstelling goedgekeurd en verklaard dat deze beschikking uitvoerbaar is bij voorraad.