De Raad voor de Kinderbescherming heeft een verzoek ingediend tot ondertoezichtstelling van een minderjarige geboren in 2010, vanwege ernstige gedragsproblemen en verdenkingen van toenemende strafbare feiten. De minderjarige vertoont delinquent gedrag, een verstoorde gewetensontwikkeling en hechtingsproblematiek, waardoor bestraffing weinig effect heeft.
Tijdens de zitting, gehouden op 15 oktober 2025, waren de moeder, een vertegenwoordiger van de Raad en een vertegenwoordiger van de gecertificeerde instelling aanwezig. De vader was correct opgeroepen maar niet verschenen. De minderjarige verbleef op dat moment in detentie vanwege een verdenking van een gewelddadig incident.
De moeder heeft aangegeven bereid te zijn mee te werken aan de benodigde ondersteuning, maar zij kan de situatie niet alleen dragen. De gecertificeerde instelling ondersteunt het verzoek en benadrukt dat de moeder overbelast is en dat extra professionele ondersteuning noodzakelijk is.
De kinderrechter oordeelt dat aan de voorwaarden voor ondertoezichtstelling is voldaan omdat de ontwikkeling van de minderjarige ernstig wordt bedreigd en vrijwillige hulpverlening onvoldoende effect heeft. De beschikking wordt voor de duur van twaalf maanden toegekend en is direct uitvoerbaar, ook bij hoger beroep.