ECLI:NL:RBROT:2025:14511

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
15 oktober 2025
Publicatiedatum
11 december 2025
Zaaknummer
C/10/705503 / JE RK 25-1745
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing ondertoezichtstelling van een minderjarige met ernstige gedragsproblemen en verdenkingen van strafbare feiten

Op 15 oktober 2025 heeft de kinderrechter van de Rechtbank Rotterdam een beschikking gegeven in de zaak van de Raad voor de Kinderbescherming regio Rotterdam-Dordrecht betreffende de ondertoezichtstelling van een minderjarige, geboren in 2010. De kinderrechter heeft vastgesteld dat de ontwikkeling van de minderjarige ernstig wordt bedreigd door complexe gedragsproblemen en verdenkingen van toenemende strafbare feiten. De Raad heeft verzocht om de minderjarige onder toezicht te stellen voor de duur van twaalf maanden, met de beslissing uitvoerbaar bij voorraad. Tijdens de zitting op 15 oktober 2025 waren de moeder, een vertegenwoordiger van de Raad en een vertegenwoordiger van de gecertificeerde instelling aanwezig. De vader was niet verschenen, maar was wel opgeroepen. De kinderrechter heeft de feiten en omstandigheden in overweging genomen, waaronder de detentie van de minderjarige en de zorgen over zijn gedrag. De kinderrechter heeft geoordeeld dat de situatie van de minderjarige zodanig is dat vrijwillige hulpverlening niet voldoende is en dat een jeugdbeschermer noodzakelijk is om verdere escalatie te voorkomen. De kinderrechter heeft de ondertoezichtstelling goedgekeurd en verklaard dat deze beschikking uitvoerbaar is bij voorraad.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/705503 / JE RK 25-1745
Datum uitspraak: 15 oktober 2025
Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling
in de zaak van
de Raad voor de Kinderbescherming regio Rotterdam-Dordrecht,
hierna te noemen: de Raad, gevestigd in Rotterdam,
over
[minderjarige],
geboren op [geboortedatum] 2010 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[naam moeder],
hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats] ,
De kinderrechter merkt als informanten aan:
[naam vader],
hierna te noemen: de vader, wonende in België,
de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, hierna te noemen: de GI, gevestigd in Rotterdam.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
  • het verzoekschrift van de Raad van 13 mei 2025, binnengekomen bij de rechtbank op 21 augustus 2025;
  • het rapport met bijlage van de Raad van 13 mei 2025, binnengekomen bij de rechtbank op 21 augustus 2025.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 15 oktober 2025. Daarbij waren aanwezig:
- de moeder;
- een vertegenwoordiger van de Raad, [persoon A] ;
- een vertegenwoordiger van de GI, jeugdreclasseerder van [voornaam minderjarige] , [persoon B] .
1.3.
De vader is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de vader wel juist is opgeroepen.
1.4.
De kinderrechter heeft [voornaam minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [voornaam minderjarige] heeft geen mening gegeven.

2.De feiten

2.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] .
2.2.
[voornaam minderjarige] verblijft in detentie.

3.Het verzoek

3.1.
De Raad verzoekt [voornaam minderjarige] onder toezicht te stellen voor de duur van een twaalf maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
De Raad handhaaft ter zitting het verzoek en licht dit als volgt toe. [voornaam minderjarige] vertoont zelfbepalend en delinquent gedrag, waarbij bestraffing weinig effect heeft. Dit wordt verklaard door het ontbreken van empathisch vermogen en een verstoorde gewetensontwikkeling, in samenhang met onderliggende hechtingsproblematiek. Hulpverlening lijkt tijdelijk te werken, maar zodra [voornaam minderjarige] enige vrijheid krijgt, ontspoort hij en nemen de incidenten in ernst toe. [voornaam minderjarige] zit opnieuw vast vanwege een verdenking van een gewelddadig incident. Daarnaast bestaan er zorgen over mogelijke deelname aan een kadergroep. De moeder doet haar uiterste best, maar zij kan dit niet alleen dragen.
MST-begeleiding is positief afgerond, maar bij E25-daghulp is [voornaam minderjarige] weggestuurd vanwege het stelen van een jas van een begeleider.

4.Het standpunt van de GI

4.1.
De GI ondersteunt het verzoek van de Raad. Na 19 april 2025 verliep de situatie onder intensieve begeleiding van MST redelijk goed. Er was een strak toezichtplan opgesteld, waarbij de moeder toezicht hield op [voornaam minderjarige] . In juni 2025 is [voornaam minderjarige] weggestuurd bij E25 en sindsdien is het niet gelukt om dagbesteding voor hem te vinden. De moeder stond er alleen voor. De ervaring leert dat [voornaam minderjarige] , zodra hij meer vrijheid krijgt, deze ruimte benut en zich aan het gezag van de moeder onttrekt door het huis uit te glippen. Dit is meerdere keren volledig misgegaan. Het is niet wenselijk dat de moeder 24/7 toezicht houdt; zij heeft haar baan opgegeven en net een kind gekregen, en doet alles wat mogelijk is, maar dit is op de lange termijn niet vol te houden. Daarom is extra ondersteuning vanuit de GI nodig, die naast de moeder staat in de opvoeding en haar ontlast. De hulpverlening voor [voornaam minderjarige] moet zich richten op hechting en gewetensontwikkeling. De jeugdreclasseerder zal zich inzetten om te bezien of een schorsing mogelijk is, aangezien [voornaam minderjarige] in detentie anders door medegedetineerden negatief zal worden beïnvloed.

5.Het standpunt van de moeder

5.1.
De moeder brengt naar voren dat [voornaam minderjarige] gedurende drie à vier maanden een positieve lijn liet zien. [voornaam minderjarige] hield zich aan de gemaakte afspraken en zowel MST als E25 constateerden een positieve ontwikkeling. Afbouw en afsluiting van de hulpverlening werd overwogen, waardoor het recente incident voor de moeder extra schrikken was. Er is meer of andere ondersteuning nodig voor [voornaam minderjarige] . De moeder is bereid mee te werken aan alles wat nodig is voor zijn ontwikkeling en veiligheid. De moeder wil betrokken worden en meedenken over wat in zijn belang is.

6.De beoordeling

6.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling is voldaan. [1] De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
6.2.
De ontwikkeling van [voornaam minderjarige] wordt ernstig bedreigd. Hij vertoont ernstige gedragsproblemen en wordt verdacht van meerdere in zwaarte oplopende strafbare feiten. [voornaam minderjarige] kent een belaste voorgeschiedenis; hij is opgegroeid op verschillende plekken en met verschillende opvoeders, waardoor hij hechtingsproblematiek heeft ontwikkeld. Straffen hebben weinig tot geen effect, omdat hij geen verbinding voelt met anderen. Hoewel er gedurende enige tijd sprake was van een positieve ontwikkeling en hij zich aan de gemaakte afspraken hield, wordt hij opnieuw verdacht van een gewelddadig strafbaar feit. Op
22 september 2025 is hij hiervoor aangehouden en sindsdien zit hij in preventieve hechtenis. De ernstige ontwikkelingsbedreiging kan niet of onvoldoende worden weggenomen met vrijwillige hulpverlening. De moeder doet alles wat in haar macht ligt, maar de situatie overstijgt haar draagkracht. De kinderrechter acht het daarom noodzakelijk dat een jeugdbeschermer wordt betrokken. Het is van belang dat er nu sterke regie wordt gevoerd door de jeugdbeschermer, om te voorkomen dat [voornaam minderjarige] verder verstrikt raakt in het criminele circuit en hem een kans te bieden op een stabiele en positieve toekomst.
6.3.
De ondertoezichtstelling is daarom in dit geval nodig. De kinderrechter stelt [voornaam minderjarige] onder toezicht voor de verzochte duur van twaalf maanden.
6.4.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

7.De beslissing

De kinderrechter:
7.1.
stelt [voornaam minderjarige] onder toezicht van de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering met ingang van 15 oktober 2025 tot 15 oktober 2026;
7.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 15 oktober 2025 door
mr. M.C. Woudstra, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. R.S.E. Pronk als griffier, en op schrift gesteld op 22 oktober 2025.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:255 Burgerlijk Wetboek.