ECLI:NL:RBROT:2025:14488

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
23 oktober 2025
Publicatiedatum
11 december 2025
Zaaknummer
FT RK 25/1099 - FT RK 25/1100
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing van een dwangakkoord in het kader van een schuldregeling met meerdere schuldeisers

In deze zaak heeft de Rechtbank Rotterdam op 23 oktober 2025 uitspraak gedaan in een verzoek tot toepassing van een schuldregeling door een verzoeker met een aanzienlijke schuldenlast. De verzoeker, die onder de Participatiewet valt en ontheven is van de sollicitatieplicht, heeft een schuldregeling aangeboden aan zijn vijftien schuldeisers, waarvan er twaalf instemden. De overige drie schuldeisers, waaronder Check Netherlands B.V. en Advocatenkantoor Hamers, weigerden in te stemmen met de regeling. De rechtbank heeft vastgesteld dat de aangeboden regeling het uiterste is waartoe de verzoeker in staat moet worden geacht, gezien zijn financiële situatie en het feit dat hij geen betaald werk heeft. De rechtbank heeft de belangen van de verzoeker en de instemmende schuldeisers zwaarder laten wegen dan die van de weigerende schuldeisers. De rechtbank heeft het verzoek om de weigerende schuldeisers te bevelen in te stemmen met de schuldregeling toegewezen en hen veroordeeld in de kosten van de procedure, die op nihil zijn begroot. Tevens is het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling afgewezen, omdat er nu een gedwongen schuldregeling is afgekondigd. Dit vonnis is openbaar uitgesproken en kan binnen acht dagen na de uitspraak worden aangevochten door de partijen die daartoe recht hebben volgens de Faillissementswet.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie
rekestnummer: [nummer]
uitspraakdatum: 23 oktober 2025
in de zaak van:
[verzoeker],
wonende te [adres]
[postcode] [plaatsnaam],
verzoeker.

1.De procedure

Verzoeker heeft op 25 juni 2025, tezamen met een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling, een verzoek ingevolge artikel 287a, eerste lid, Faillissementswet ingediend om een drietal schuldeisers, te weten:
  • [naam], in behandeling bij Bazuin & Partners (hierna: [naam]);
  • Check Netherlands B.V. (hierna: Check);
  • Advocatenkantoor Hamers (hierna: Hamers);
die weigeren mee te werken aan een door verzoeker aangeboden schuldregeling, te bevelen in te stemmen met deze schuldregeling.
Hamers heeft voorafgaand aan de zitting op 15 oktober 2025 meegedeeld verhinderd te zijn om de zitting bij te wonen.
Ter zitting van 16 oktober 2025 zijn verschenen en gehoord:
  • verzoeker;
  • mevrouw P.A. Ramjiawan, werkzaam bij Geldplein (hierna: schuldhulpverlening);
  • mevrouw A. Almeida da Graca, werkzaam bij Stichting Nieuw Vaarwater (hierna: beschermingsbewindvoerder);
  • [naam], verweerster.
De overige weigerende schuldeisers zijn, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.
De uitspraak is bepaald op heden.

2.Het verzoek

Verzoeker heeft volgens het ingediende verzoekschrift vijftien schuldeisers, waarvan twee preferente schuldeisers met vier vorderingen en dertien concurrente schuldeisers met vijftien vorderingen. Deze schuldeisers hebben in totaal een bedrag van € 60.446,51 van verzoeker te vorderen. Verzoeker heeft bij brief van 4 maart 2025 een schuldregeling aangeboden aan zijn schuldeisers, die inhoudt dat geen uitdeling zal plaatsvinden aan de schuldeisers en waarbij aan de schuldeisers verzocht wordt de betreffende schulden kwijt te schelden. De schuldenlast bedroeg op dat moment € 60.882,64. De totale schuldenlast is derhalve lager geworden.
Het aangeboden akkoord heeft de volgende inhoud en achtergrond. De aangeboden regeling is gebaseerd op de NVVK-norm. De afloscapaciteit van verzoeker is gebaseerd op ongewijzigde voortzetting van zijn Participatiewet-uitkering. Verzoeker is door de gemeente Rotterdam ontheven van de sollicitatieplicht voor de periode van 19 augustus 2025 tot en met 18 augustus 2026. Schuldhulpverlening heeft te kennen gegeven dat zij niet verwachten dat het inkomen binnen een afzienbare periode zal toenemen. Verzoeker heeft zich op het standpunt gesteld dat het aanbod het maximaal haalbare is. Verzoeker heeft sinds de aanmelding bij schuldhulpverlening geen nieuwe schulden of achterstanden meer laten ontstaan en zijn vaste lasten worden inmiddels door zijn beschermingsbewindvoerder voldaan.
Twaalf schuldeisers stemmen met de aangeboden schuldregeling in. [naam], Check en Hamers stemmen hier niet mee in. [naam] heeft een vordering van € 1.206,65 op verzoeker, welke 2,0% van de totale schuldenlast beloopt. Check heeft een vordering van € 1.327,35 op verzoeker, welke 2,2% van de totale schuldenlast beloopt. Hamers heeft een vordering van € 166,00 op verzoeker, welke 0,3% van de totale schuldenlast beloopt.

3.Het verweer

Ter zitting heeft [naam] te kennen gegeven dat zij niet akkoord gaat met de aangeboden regeling omdat de kinderalimentatie reeds is verlaagd van € 43.000,- naar € 2.500,-. Er is een betalingsregeling geweest van € 50,- per maand om voornoemd bedrag in te lopen. De betalingsregeling werd goed nagekomen totdat er een verzoek tot nihilstelling werd ingediend bij de rechtbank. Hierdoor hoeft verzoeker voor de duur van het minnelijke schuldhulpverleningstraject dan wel het wettelijke schuldsaneringstraject geen kinderalimentatie bij te dragen. [naam] stelt zich op het standpunt dat het laatste deel van de openstaande kinderalimentatie in ieder geval wel moet worden betaald in het belang van haar dochter. Daarnaast betwijfelt [naam] of het daadwerkelijk zo slecht gaat met verzoeker als schuldhulpverlening doet blijken. Op sociale media wekt verzoeker immers de indruk aanzienlijk gezonder en welvarender te zijn.
In de contacten met schuldhulpverlening heeft Check te kennen gegeven dat zij niet akkoord gaat met de aangeboden regeling omdat zij de kosten willen verhalen.
In de contacten met schuldhulpverlening heeft Hamers te kennen gegeven dat zij in de maling is genomen door verzoeker en daarom niet is geneigd om de schuld kwijt te schelden.
Hoewel behoorlijk opgeroepen hebben Check en Hamers geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid hun standpunten ter zitting toe te lichten.

4.De beoordeling

Uitgangspunt is dat het iedere schuldeiser in beginsel vrij staat om te verlangen dat 100% van zijn vordering, vermeerderd met rente, wordt voldaan. Nu de aangeboden regeling niet voorziet in een uitkering, staat het belang van [naam], Check en Hamers bij hun weigering vast.
De rechtbank ziet zich gesteld voor het beantwoorden van de vraag of [naam], Check en Hamers in redelijkheid niet tot weigering van instemming met de schuldregeling hebben kunnen komen, in aanmerking genomen de onevenredigheid tussen het belang dat zij hebben bij uitoefening van de bevoegdheid tot weigering en de belangen van verzoeker of de overige schuldeisers die door de weigering worden geschaad.
De rechtbank stelt allereerst vast dat de vorderingen van [naam], Check en Hamers een gering aandeel vormen in de totale schuldenlast van 4,5%.
Een ruime meerderheid van de schuldeisers, namelijk twaalf van de vijftien schuldeisers, is met de aangeboden regeling akkoord gegaan.
De rechtbank stelt ook vast dat het voorstel is getoetst door een deskundige en onafhankelijke partij, te weten Geldplein. Voorts is het voorstel naar het oordeel van de rechtbank goed en controleerbaar gedocumenteerd.
De rechtbank is van oordeel dat het voorstel het uiterste is waartoe verzoeker in staat moet worden geacht. Uit het verzoekschrift en het verhandelde ter zitting is gebleken dat verzoeker niet beschikt over betaald werk. Verzoeker ontvangt een Participatiewet-uitkering en is door de gemeente Rotterdam ontheven van de sollicitatieplicht voor de periode van 19 augustus 2025 tot en met 18 augustus 2026. Gelet op de persoonlijke problematiek en het opleidingsniveau van verzoeker acht de rechtbank het voldoende aannemelijk dat hij in de komende jaren geen inkomen zal kunnen verwerven dat hoger is dan zijn huidige inkomen.
Op grond van het voorgaande komt de rechtbank dan ook tot het oordeel dat de belangen van verzoeker die vanuit een stabiele situatie zijn schuldenproblematiek wil oplossen en van de overige schuldeisers die hebben ingestemd met het aanbod, zwaarder wegen dan die van, die geweigerd hebben in te stemmen.
Het verzoek om [naam], Check en Hamers te bevelen in te stemmen met de schuldregeling wordt daarom toegewezen.
[naam], Check en Hamers zullen als de in het ongelijk gestelde partijen worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Nu voor het onderhavige verzoekschrift geen griffierecht verschuldigd is en verzoeker niet is bijgestaan door een advocaat, worden de kosten begroot op nihil.
De rechtbank stelt vast dat er thans een gedwongen schuldregeling is afgekondigd, die in de plaats komt van de vrijwillige instemming van de schuldeisers. Hieruit volgt dat verzoeker zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden en dat hij niet verkeert in de toestand dat hij heeft opgehouden te betalen zodat het subsidiaire verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling zal worden afgewezen.

5.De beslissing

De rechtbank:
- beveelt [naam], Check en Hamers om in te stemmen met de door verzoeker aangeboden schuldregeling;
- veroordeelt [naam], Check en Hamers in de kosten van deze procedure, aan de zijde van verzoeker begroot op nihil;
- bepaalt dat dit vonnis in de plaats treedt van de vrijwillige instemming;
- wijst het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling af;
- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. C. de Jong, rechter, en in aanwezigheid van mr. J.A. Kuijvenhoven, griffier, in het openbaar uitgesproken op 23 oktober 2025. [1]

Voetnoten

1.Tegen deze uitspraak kan degene aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak, hoger beroep instellen. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.