ECLI:NL:RBROT:2025:14487

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
12 november 2025
Publicatiedatum
11 december 2025
Zaaknummer
C/10/709310 / JE RK 25-2236
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot verlenging ondertoezichtstelling minderjarige na beoordeling van de situatie en hulpverlening

In deze beschikking van de Rechtbank Rotterdam, uitgesproken op 12 november 2025, heeft de kinderrechter het verzoek van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming West (hierna: de GI) om de ondertoezichtstelling van de minderjarige [voornaam minderjarige] te verlengen, afgewezen. De kinderrechter heeft vastgesteld dat de ouders gezamenlijk het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] uitoefenen en dat [voornaam minderjarige] bij hen woont. De ondertoezichtstelling was eerder ingesteld tot 18 november 2025, maar de kinderrechter oordeelt dat de verlenging niet langer noodzakelijk is. De GI had verzocht om een verlenging van drie maanden, maar de kinderrechter concludeert dat de situatie van [voornaam minderjarige] is verbeterd en dat de hulpverlening in het vrijwillige kader kan worden voortgezet. De moeder heeft zelf stappen ondernomen om hulpverlening te regelen en er is overeenstemming over de noodzakelijke hulp. De kinderrechter benadrukt het belang van een snelle start van de hulpverlening, maar oordeelt dat de ondertoezichtstelling niet meer passend is. De beslissing is openbaar uitgesproken en op schrift gesteld op 21 november 2025.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/709310 / JE RK 25-2236
Datum uitspraak: 12 november 2025
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging van een ondertoezichtstelling
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming West, gevestigd te Dordrecht,
hierna te noemen: de GI,
over
[minderjarige],
geboren op [geboortedatum] 2015 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder],
hierna te noemen: de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. N. Plaisier, kantoorhoudende te Hendrik-Ido-Ambacht,
[naam vader],
hierna te noemen: de vader, wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
  • het verzoekschrift van de GI, met bijlagen, ontvangen op 30 oktober 2025;
  • het e-mailbericht van de vader, ontvangen op 4 november 2025;
  • het bericht van de advocaat van de moeder, inhoudende de verklaring van de jeugdprofessional van het Brughuis in Alblasserdam, ontvangen op 10 november 2025.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 12 november 2025. Daarbij waren aanwezig:
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
- een vertegenwoordiger van de GI, [persoon A] .
1.3.
De vader is, met bericht van verhindering, niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de vader juist is opgeroepen.

2.De feiten

2.1.
De ouders hebben gezamenlijk het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] .
2.2.
[voornaam minderjarige] woont bij de ouders.
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 18 november 2024 [voornaam minderjarige] onder toezicht gesteld tot 18 november 2025.

3.Het verzoek

3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] te verlengen voor de duur van drie maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4.De standpunten

4.1.
De GI handhaaft het verzoek en licht deze als volgt toe. Het is de GI niet gelukt om voorafgaand aan deze zitting het afsluiten van de ondertoezichtstelling te laten toetsen door de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad). De komende periode zal de toetsing bij de Raad alsnog gaan plaatsvinden. Wat er qua hulpverlening noodzakelijk is voor [voornaam minderjarige] , daar zijn de GI en de moeder het met elkaar over eens. De hulpverlening kan ook in het vrijwillig kader worden ingezet, dan wordt deze via Tribus pro aangeboden. Het is nog onduidelijk wanneer de hulpverlening bij Tribus pro van start kan gaan. Mevrouw [persoon B] is hulpverlener bij het Brughuis en zij is al langer op vrijwillige basis van de moeder betrokken bij het gezin. De GI ziet dit als een aanwijzing dat door de moeder de hulpverlening in het vrijwillig kader zal worden voortgezet. Vanuit de GI is er geen vaste jeugdbeschermer beschikbaar.
4.2.
Door en namens de moeder wordt verweer gevoerd tegen het verzoek van de GI. Er wordt verzocht om het verzoek af te wijzen. De verlenging van de ondertoezichtstelling veroorzaakt spanning bij de moeder. De eerder uitgesproken ondertoezichtstelling was het gevolg van het huiselijk geweld dat tussen de moeder en de vader had plaatsgevonden. De huidige situatie laat zien dat het ging om een incident en dat de thuissituatie van [voornaam minderjarige] veilig is. Sinds dat [voornaam minderjarige] geen contact meer heeft met de ex-partner van de moeder en hier niet meer naartoe zal worden gewerkt, gaat het beter met haar. [voornaam minderjarige] doet het goed op school en heeft veel vriendjes. Wel maakt de moeder zich zorgen over de traumaverwerking van [voornaam minderjarige] en vindt zij het belangrijk dat hiervoor hulpverlening wordt ingezet. De moeder heeft op eigen initiatief contact opgenomen met de huisarts om de hulpverlening voor [voornaam minderjarige] te regelen. De hulpverlening kan in het vrijwillig kader, via Tribus pro worden ingezet en [voornaam minderjarige] kan daar op korte termijn starten. [voornaam minderjarige] is al bekend bij Tribus Pro en vanuit het Brughuis is geadviseerd om de hulpverlening daar op te starten. De moeder heeft goed contact met de hulpverlener van het Brughuis en er is sprake van een goede samenwerking. De moeder wil graag dat het goed gaat met [voornaam minderjarige] , staat achter de inzet van hulpverlening vanuit Tribus Pro voor [voornaam minderjarige] en hoopt dat zij door middel van de hulpverlening meer rust zal krijgen.

5.De beoordeling

5.1.
De kinderrechter overweegt het volgende. [voornaam minderjarige] is een lange periode in een emotioneel onveilige opvoedsituatie opgegroeid, waarbij zij getuige is geweest van conflicten tussen de moeder en haar (ex-)partner. [voornaam minderjarige] werd belast met volwassen zaken en verstoorde onderlinge verhoudingen en zij had moeite om haar emoties te uiten. De rechtbank heeft bij beschikking van 20 oktober 2025 geoordeeld dat er geen omgang meer zal plaatsvinden tussen [voornaam minderjarige] en de ex-partner van de moeder, die jarenlang intensief voor [voornaam minderjarige] heeft gezorgd. De rechtbank heeft overwogen dat het van belang is dat er voor [voornaam minderjarige] rust en duidelijkheid komt. Er wordt nu daarom in het kader van de ondertoezichtstelling niet langer toegewerkt naar contactherstel tussen [voornaam minderjarige] en de ex-partner van de moeder. De GI heeft aangegeven de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] niet langer noodzakelijk te vinden en dat daarom naar een beëindiging wordt toegewerkt. De GI wil de aankomende maanden gebruiken om het afsluiten van de ondertoezichtstelling te laten toetsen door de Raad en het verloop van de hulpverlening voor [voornaam minderjarige] te monitoren.
5.2.
Alle betrokkenen zijn het erover eens dat de hulpverlening die [voornaam minderjarige] nodig heeft, via het Brughuis georganiseerd kan worden in het vrijwillige kader. De traumagerichte hulpverlening voor [voornaam minderjarige] kan bij Tribus pro worden opgestart. De hulpverlener vanuit het Brughuis, mevrouw [persoon B] , is al langere tijd betrokken bij het gezin en heeft goed contact met de moeder. Dat de moeder ter zitting benadrukt dat zij graag wil dat de hulpverlening voor [voornaam minderjarige] van start gaat en dat zij daar zelf ook stappen voor heeft gezet, laat zien dat de moeder bereid is om hulpverlening in het vrijwillige kader te accepteren. De kinderrechter wil de moeder daarom het vertrouwen geven om de hulpverlening in het vrijwillige kader, via Tribus pro, op te starten. Daarbij speelt ook mee dat [voornaam minderjarige] al bekend is bij Tribus pro en mevrouw [persoon B] van het Brughuis dit ook adviseert. De GI zou het verloop van de hulpverlening willen volgen, maar onduidelijk is wanneer de hulpverlening daadwerkelijk van start zal gaan. Vanuit de GI is ook aangegeven dat de komende maanden geen vaste jeugdbeschermer beschikbaar is. Gezien deze omstandigheden is een verlenging van de ondertoezichtstelling niet langer noodzakelijk en niet meer passend. De kinderrechter zal het verzoek van de GI tot het verlengen van de ondertoezichtstelling voor de duur van drie maanden daarom afwijzen. De kinderrechter benadrukt dat het van belang is dat de hulpverlening voor [voornaam minderjarige] zo snel mogelijk van start gaat, zodat zij haar ontwikkeling op een adequate manier kan voortzetten.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
wijst het verzoek af.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 12 november 2025 door mr. J.C.M. Persoon, kinderrechter, in aanwezigheid van R.J.S. Mulder als griffier, en op schrift gesteld op 21 november 2025.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.