In deze beschikking van de Rechtbank Rotterdam, uitgesproken op 12 november 2025, heeft de kinderrechter het verzoek van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming West (hierna: de GI) om de ondertoezichtstelling van de minderjarige [voornaam minderjarige] te verlengen, afgewezen. De kinderrechter heeft vastgesteld dat de ouders gezamenlijk het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] uitoefenen en dat [voornaam minderjarige] bij hen woont. De ondertoezichtstelling was eerder ingesteld tot 18 november 2025, maar de kinderrechter oordeelt dat de verlenging niet langer noodzakelijk is. De GI had verzocht om een verlenging van drie maanden, maar de kinderrechter concludeert dat de situatie van [voornaam minderjarige] is verbeterd en dat de hulpverlening in het vrijwillige kader kan worden voortgezet. De moeder heeft zelf stappen ondernomen om hulpverlening te regelen en er is overeenstemming over de noodzakelijke hulp. De kinderrechter benadrukt het belang van een snelle start van de hulpverlening, maar oordeelt dat de ondertoezichtstelling niet meer passend is. De beslissing is openbaar uitgesproken en op schrift gesteld op 21 november 2025.