ECLI:NL:RBROT:2025:14483

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
16 oktober 2025
Publicatiedatum
11 december 2025
Zaaknummer
C/10/706107 / JE RK 25-1830
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vaststelling omgangsregeling voor minderjarige in ondertoezichtstelling

In deze zaak heeft de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering (hierna: de GI) verzocht om een omgangsregeling vast te stellen voor de minderjarige [voornaam minderjarige], geboren in 2018. De kinderrechter heeft op 16 oktober 2025 uitspraak gedaan in deze beschikking, waarin de GI verzocht om de omgang tussen de moeder en [voornaam minderjarige] te wijzigen van één uur per vier weken naar een andere regeling. De moeder heeft het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] en de minderjarige verblijft momenteel in een pleeggezin. De kinderrechter heeft de procedure op basis van verschillende stukken beoordeeld, waaronder een verslag van Youth Care en eerdere beschikkingen van het Hof. Tijdens de zitting waren de moeder, haar advocaat, een vertegenwoordiger van de GI en de pleegouders aanwezig.

De kinderrechter heeft vastgesteld dat de omgangsregeling, die op 1 oktober 2025 door het Hof is bekrachtigd, momenteel één uur per vier weken bedraagt. De GI heeft verzocht om deze regeling te wijzigen, maar de kinderrechter oordeelt dat er onvoldoende onderbouwing is voor een wijziging van de omgangsregeling. De kinderrechter heeft overwogen dat de huidige regeling in het belang van [voornaam minderjarige] is en dat er geen noodzaak is voor een wijziging op dit moment. De kinderrechter heeft het verzoek van de GI dan ook afgewezen, met de overweging dat de huidige regeling tot de afloop van de ondertoezichtstelling in april 2026 moet blijven bestaan.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/706107 / JE RK 25-1830
Datum uitspraak: 16 oktober 2025
Beschikking van de kinderrechter over de vaststelling van de omgangsregeling
in de zaak van
de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, gevestigd te Amsterdam,
hierna te noemen: de GI,
over
[minderjarige],
geboren op [geboortedatum] 2018 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder],
hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats 1] ,
advocaat: mr. N. Schiettekatte, kantoorhoudende te Rotterdam.
[naam pleegouder 1] en [naam pleegouder 2] ,
hierna te noemen: de pleegouders, wonende in [woonplaats 2] .

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
  • het verzoekschrift van de GI, met bijlagen, ontvangen op 4 september 2025;
  • de verslaglegging van Youth Care, ontvangen op 14 oktober 2025;
  • de pleegzorgverslaglegging van Enver, ontvangen op 15 oktober 2025;
  • de beschikking van 1 oktober 2025 van het Gerechtshof Den Haag, hierna te noemen: het Hof, ter zitting ingediend door de GI.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 16 oktober 2025. Daarbij waren aanwezig:
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
- een vertegenwoordiger van de GI, [persoon A] ;
- de pleegouders.

2.De feiten

2.1.
De moeder heeft het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] .
2.2.
[voornaam minderjarige] verblijft in een pleeggezin.
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 9 april 2025 de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] verlengd tot 18 april 2026.
2.4.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 9 april 2025 de machtiging verlengd [voornaam minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een voorziening voor pleegzorg tot 18 april 2026.
2.5.
De gecertificeerde instelling heeft op 5 maart 2025 met een schriftelijke aanwijzing de contacten tussen de moeder en [voornaam minderjarige] beperkt, in die zin dat de frequentie van de omgang tussen de moeder en [voornaam minderjarige] is teruggebracht van één uur per twee weken naar één uur per vier weken. De gecertificeerde instelling heeft in de schriftelijke aanwijzing opgenomen dat het bezoek plaatsvindt op woensdagen, met ingang van woensdag 5 februari 2025. De gecertificeerde instelling en Youth Care maken een schema van de bezoeken. Het contact vindt plaats op een locatie van Youth Care. Aelbrechtskade 53 in Rotterdam, van 16:30-17:30 uur. Het gehele bezoekuur wordt begeleid door een medewerker van Youth Care. De bezoekregeling zal halfjaarlijks geëvalueerd worden.
2.6.
Het Hof heeft bij beschikking van 1 oktober 2025 de schriftelijke aanwijzing van de GI bekrachtigd.

3.Het verzoek

3.1.
De GI verzoekt een omgangsregeling vast te stellen, waarin wordt bepaald dat [voornaam minderjarige] en de moeder één uur per vier weken omgang hebben en de omgang door Youth Care wordt begeleid en heeft het verzoek gegrond op artikel I: 265g eerste lid BW. De GI verzoekt om de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4.De standpunten

4.1.
De GI handhaaft het verzoek en licht deze als volgt toe. Op 9 april 2025 zijn de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] en de eerder gegeven schriftelijke aanwijzing ter zitting bij de rechtbank behandeld. De moeder wilde de schriftelijke aanwijzing graag vervallen laten verklaren. Op 1 oktober 2025 heeft het Hof de schriftelijke aanwijzing van de GI bekrachtigd. Om te voorkomen dat er bij de toekomstige verlenging van de ondertoezichtstelling opnieuw een schriftelijke aanwijzing moet worden verzocht doet de GI een verzoek tot wijziging van de omgang. De pleegouders doen hard hun best om [voornaam minderjarige] te ondersteunen, zodat hij het goed doet op school en zijn leven op een fijne manier kan leiden. Sinds februari 2025 gaat het beter met [voornaam minderjarige] . Hij functioneert goed en is in contact met de mensen om hem heen. Ook het contact met de zus verloopt goed. Er zal de komende periode gekeken moeten worden hoe [voornaam minderjarige] zich verder zal ontwikkelen.
4.2.
Door en namens de moeder wordt verweer gevoerd tegen het verzoek van de GI. Het Hof heeft de eerder gegeven schriftelijke aanwijzing van de GI bekrachtigd. Er is de afgelopen periode geen verandering gekomen in de situatie en de moeder wil nog steeds graag dat haar omgang met [voornaam minderjarige] wordt uitgebreid. Aangezien er geen sprake is van een wijziging van omstandigheden stelt de advocaat de vraag of het verzoek niet op grond van artikel 1:265f, eerste lid, BW had moeten worden ingediend, en of de GI ontvankelijk is in haar verzoek. De huidige maatregelen gelden nog voor de duur van de ondertoezichtstelling, te weten tot april 2026. De moeder geeft aan dat zij zich zorgen maakt over [voornaam minderjarige] . [voornaam minderjarige] is overprikkelbaar, waardoor het belangrijk is dat hij voldoende rust krijgt. Ook de afspraken die de moeder met Youth Care heeft gemaakt verlopen niet altijd goed. De moeder ontvangt één uur per week ambulante begeleiding vanuit de organisatie ASVZ. Deze begeleiding verloopt ook niet altijd goed. Ondanks de zorgen, is de moeder wel blij dat het goed gaat met [voornaam minderjarige] en dat hij gelukkig is.
4.3.
De pleegouders staan achter het verzoek van de GI. Er is recent geleden een zorgoverleg geweest over [voornaam minderjarige] . De pleegouders proberen zo goed mogelijk aan te sluiten bij de behoefte van [voornaam minderjarige] . [voornaam minderjarige] heeft structuur en rust nodig, echter is het ook belangrijk dat hij een goed weekprogramma heeft en voldoende aandacht krijgt. [voornaam minderjarige] zit nu in groep drie en hij moet soms nog wat wennen aan de nieuwe structuur. De pleegouders hebben regelmatig contact met de school van [voornaam minderjarige] en zijn ontwikkeling wordt goed in de gaten gehouden. Het is mooi om te zien dat [voornaam minderjarige] nieuwe uitdagingen aangaat en veel energie heeft.

5.De beoordeling

5.1.
Op grond van artikel 1:265g, eerste lid, BW kan de kinderrechter op verzoek van de gecertificeerde instelling voor de duur van de ondertoezichtstelling een verdeling van de zorg- en opvoedingstaken of een regeling inzake de uitoefening van het recht op omgang vaststellen of wijzigen voor zover dit in het belang van de minderjarige noodzakelijk is.
5.2.
In deze zaak gaat het om de omgangsregeling tussen [voornaam minderjarige] en de moeder.
5.3.
De kinderrechter overweegt het volgende. Op 1 oktober 2025 is de eerder gegeven schriftelijke aanwijzing van de GI door het Hof bekrachtigd. In de schriftelijke aanwijzing wordt de omgangsfrequentie tussen [voornaam minderjarige] en de moeder teruggebracht naar één uur per vier weken. Deze schriftelijke omgang geldt tot het einde van de huidige ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] , te weten tot 18 april 2026. De GI verzoekt om de vaststelling van een omgangsregeling, waarbij deze ook na het einde van de ondertoezichtstelling zal gelden. Omdat de vast te leggen omgangsregeling de duur van de ondertoezichtstelling overschrijdt en daarom qua inhoud verschilt van de huidige omgangsregeling, betekent dat de GI belang heeft bij het verzoek. Aangezien er op 5 maart 2025 een schriftelijke aanwijzing in de zin van artikel 1:265f, eerste lid, BW door de kinderrechter is vastgesteld, is de GI genoodzaakt om het huidige verzoek tot het vaststellen van de omgangsregeling op grond van artikel 1:265g, eerste lid, BW in te dienen. De kinderrechter verklaart de GI dan ook ontvankelijk in haar verzoek.
5.4.
Het feit dat het Hof op 1 oktober 2025 de schriftelijke aanwijzing van de GI ex nunc heeft beoordeeld laat zien dat de huidige omgangsregeling recent geleden uitgebreid is onderzocht. Het Hof heeft de schriftelijke aanwijzing bekrachtigd. De beslissing van het Hof is leidend. De kinderrechter verwijst hierbij naar de beoordeling van de beschikking van het Hof van 1 oktober 2025, met name naar rechtsoverweging 5.3.
5.5.
Aangezien er verder onvoldoende onderbouwd is waarom het belang van [voornaam minderjarige] vergt dat reeds nu beslist wordt dat de omgangsregeling tussen hem en zijn moeder na de afloop van de ondertoezichtstelling beperkt zal moeten blijven tot één keer per vier weken, is er op inhoudelijke gronden onvoldoende aangevoerd om het verzoek toe te wijzen. Het Hof heeft overwogen dat er van uit wordt gegaan dat de GI regelmatig en tenminste halfjaarlijks een evaluatie van de omgangsregeling zal uitvoeren. De kinderrechter overweegt dat de ondertoezichtstelling in april af loopt en dat dit ook het moment is om de omgangsregeling te evalueren. Tenslotte wordt ervan uitgegaan dat de GI, indien de omstandigheden zich tussentijds zouden wijzigingen, in het belang van [voornaam minderjarige] , sowieso tot een aanpassing van de omgangsregeling zal overgaan.
5.6.
Gelet hierop is de kinderrechter van oordeel dat de door de GI verzochte vaststelling van de omgangsregeling niet noodzakelijk is en ook niet in het belang van [voornaam minderjarige] is. De kinderrechter is daarom van oordeel dat de huidige omgangsregeling, gedurende de looptijd van de OTS, bekrachtigd door het Hof, stand moet houden. Dit betekent dat het verzoek van de GI wordt afgewezen.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mr. H. Mol, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 16 oktober 2025 in aanwezigheid van R.J.S. Mulder als griffier.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.