De rechtbank Rotterdam behandelde het verzoek van een schuldenaar om toegelaten te worden tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp) vanwege problematische schulden en een dreigende woningontruiming.
De schuldenaar had geen poging gedaan tot een buitengerechtelijke schuldregeling, maar gezien omstandigheden zoals een gokverslaving en het houden van inkomsten buiten het beschermingsbewind achtte de rechtbank dit gegrond. De rechtbank stelde vast dat de schuldenaar niet te goeder trouw was ontstaan voor bepaalde schulden aan het CJIB en de Belastingdienst, maar besloot toch tot toelating met toepassing van de hardheidsclausule, omdat de schuldenaar inmiddels zijn situatie onder controle heeft en een serieuze saneringsgezinde houding toont.
De rechtbank benoemde een bewindvoerder en rechter-commissaris, stelde de looptijd van de regeling op 18 maanden en bepaalde de ingangsdatum op de datum van het vonnis, 23 oktober 2025. De schuldenaar moet zich houden aan de verplichtingen van de Wsnp, waaronder het afdragen van inkomen boven het vrij te laten bedrag en het niet maken van nieuwe schulden.
De beslissing werd in het openbaar uitgesproken en biedt de mogelijkheid tot hoger beroep binnen acht dagen na uitspraak.