ECLI:NL:RBROT:2025:14448

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
6 oktober 2025
Publicatiedatum
10 december 2025
Zaaknummer
C/10/707262 / JE RK 25-1971
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Machtiging tot uithuisplaatsing van minderjarige na positieve ontwikkeling

Op 6 oktober 2025 heeft de kinderrechter van de Rechtbank Rotterdam een beschikking gegeven in de zaak van een minderjarige, geboren in 2008, die onder toezicht staat van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond. De kinderrechter heeft besloten dat een gesloten plaatsing niet langer noodzakelijk is, gezien de positieve ontwikkeling van de minderjarige. De ouders van de minderjarige, die belast zijn met het ouderlijk gezag, hebben ingestemd met het verzoek van de GI om een machtiging tot uithuisplaatsing in een open groep te verlenen. De kinderrechter heeft vastgesteld dat de minderjarige momenteel op een gesloten groep verblijft en dat hij intensieve begeleiding heeft ontvangen. Gezien zijn vooruitgang is besloten dat hij kan worden geplaatst in een open groep, waar hij verder kan groeien met de nodige begeleiding. De kinderrechter heeft de machtiging tot uithuisplaatsing verleend, met ingang van 11 oktober 2025 tot 11 juli 2026, en verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Dit betekent dat de beslissing direct geldt, ook als er hoger beroep wordt ingesteld. De ouders zijn blij met de positieve ontwikkeling van hun kind en zijn bereid om samen te werken aan een passende oplossing voor de toekomst.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/707262 / JE RK 25-1971
Datum uitspraak: 6 oktober 2025
Beschikking van de kinderrechter over een machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
hierna te noemen: de GI, gevestigd in Rotterdam,
over
[minderjarige],
geboren op [geboortedatum] 2008 in [geboorteplaats], hierna te noemen: [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder]en
[naam vader],
hierna te noemen: de ouders, wonende in [woonplaats] ,
advocaat: mr. M. Nentjes, kantoorhoudende in Rotterdam.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 25 september 2025, binnengekomen bij de rechtbank op dezelfde datum.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 6 oktober 2025. Daarbij waren aanwezig:
  • [minderjarige] ;
  • de ouders bijgestaan door hun advocaat;
- twee vertegenwoordigers van de GI, [naam 1] en [naam 2] .

2.De feiten

2.1.
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.2.
[minderjarige] verblijft op een gesloten groep van [naam instelling] .
2.3.
Bij beschikking van 2 juli 2025 is de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 11 juli 2026. Bij die beschikking is tevens de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp verleend tot 11 oktober 2025.

3.Het verzoek

3.1.
De GI verzoekt een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlenen voor de duur van de ondertoezichtstelling en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
De GI handhaaft ter zitting het verzoek en licht dit als volgt toe. [minderjarige] heeft de afgelopen periode grote stappen gezet. Het is daarom tijd voor plaatsing op een open groep, zodat hij zich verder kan ontwikkelen. Op dit moment wordt gezocht naar een passende plek voor [minderjarige] . Vandaag heeft hij een intake bij Vught. Wanneer er een klik is tussen [minderjarige] en de groep in Vught, zal hij daar waarschijnlijk geplaatst worden. Dit is nog wel afhankelijk van de gemeente. Als plaatsing in Vught niet mogelijk blijkt, zal worden gezocht naar een andere passende groep. Aanstaande woensdag zou een intake plaatsvinden bij Horizon Opwaarts in Amsterdam. [minderjarige] heeft echter voorafgaand aan de zitting aangegeven het spannend te vinden om naar een grote stad te gaan en dit daarom niet te zien zitten.

4.Het standpunt van de ouders

4.1.
Door en namens de ouders wordt ingestemd met het verzoek. De ouders zijn blij dat het goed gaat met [minderjarige] . Mocht plaatsing van [minderjarige] in Vught niet doorgaan, dan is het mogelijk dat [minderjarige] op [naam instelling] kan blijven met een reguliere machtiging. [naam instelling] is nauw betrokken bij [minderjarige] en zal waarschijnlijk ook inzien dat een terugkeer naar huis op dit moment nog niet haalbaar is. Het is in het geval dat hij niet naar Vught kan in het belang van [minderjarige] om voorlopig op [naam instelling] te blijven.

5.De beoordeling

5.1.
Op basis van de stukken en de zitting is de kinderrechter van oordeel dat de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding. [1]
5.2.
[minderjarige] verblijft momenteel op een gesloten groep bij [naam instelling] . Hij heeft de afgelopen periode intensieve begeleiding ontvangen en een positieve ontwikkeling doorgemaakt. Gezien deze vooruitgang is een gesloten plaatsing niet langer passend. Tegelijkertijd heeft [minderjarige] nog intensieve begeleiding nodig om zijn positieve gedrag vast te houden, aangezien de huidige stabiliteit nog pril is. Een terugkeer naar huis is op dit moment dan ook te vroeg. Het is daarom in het belang van [minderjarige] dat hij geplaatst wordt op een open groep met intensieve begeleiding, zodat het risico op een terugval wordt beperkt en hij verder kan groeien. Alle betrokkenen staan hier ook achter. Kort na de mondelinge behandeling heeft [minderjarige] een kennismakingsgesprek in Vught. De hoop is dat hij daar geplaatst kan worden, zodat hij op korte termijn vanuit [naam instelling] daarnaartoe kan doorstromen. Mocht dit onverhoopt niet lukken zijn, dan zal op korte termijn een andere optie gevonden moeten worden. Tot duidelijk is waar [minderjarige] terecht kan, is het van belang dat [minderjarige] op [naam instelling] kan blijven om het aantal verhuizingen zo laag mogelijk te houden.
5.3.
Gelet op het voorgaande acht de kinderrechter een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder noodzakelijk.
5.4.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder met ingang van 11 oktober 2025 tot 11 juli 2026;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 6 oktober 2025 door mr. W.J. Loorbach, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. R.S.E. Pronk als griffier, en op schrift gesteld op 17 oktober 2025.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:265b, eerste lid, Burgerlijk Wetboek.