ECLI:NL:RBROT:2025:14420

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
20 november 2025
Publicatiedatum
10 december 2025
Zaaknummer
C/10/708979 / JE RK 25-2191
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:260 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling minderjarige wegens ernstige ontwikkelingsbedreiging

De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering tot verlenging van de ondertoezichtstelling van een minderjarige geboren in 2020. De moeder heeft het ouderlijk gezag en de minderjarige woont bij haar. De ouders zijn niet meer samenwonend, maar de vader is nog regelmatig betrokken bij de opvoeding.

De kinderrechter constateert dat ondanks positieve ontwikkelingen, zoals een stabielere woonsituatie van de moeder en haar actieve medewerking aan hulpverlening, de ontwikkeling van de minderjarige nog steeds ernstig wordt bedreigd. De spanningsvolle relatie tussen de ouders heeft geleid tot een onveilige en instabiele opvoedsituatie. De moeder is gestart met EMDR-therapie, wat de situatie tijdelijk kwetsbaar maakt.

De kinderrechter oordeelt dat de ondertoezichtstelling noodzakelijk blijft omdat de ernstige ontwikkelingsbedreiging niet voldoende kan worden weggenomen met vrijwillige hulpverlening. Daarom wordt de ondertoezichtstelling verlengd tot 20 juni 2026 en wordt de beschikking uitvoerbaar bij voorraad verklaard. De ouders zijn correct opgeroepen maar niet verschenen. Tegen deze beschikking is hoger beroep mogelijk.

Uitkomst: De ondertoezichtstelling van de minderjarige wordt verlengd tot 20 juni 2026 en de beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/708979 / JE RK 25-2191
Datum uitspraak: 20 november 2025
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging van een ondertoezichtstelling
in de zaak van
de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering,
gevestigd te Amsterdam,
hierna te noemen de GI,
over
[minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2020 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[naam moeder],
hierna te noemen de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.
De kinderrechter merkt als informant aan:
[naam vader],
hierna te noemen de vader,
wonende in [woonplaats] .

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 23 oktober 2025.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 20 november 2025. Daarbij was aanwezig:
- een vertegenwoordiger van de GI, te weten [naam] .
1.3.
De ouders zijn niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat zij wel juist zijn opgeroepen.

2.De feiten

2.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.2.
[minderjarige] woont bij de moeder.
2.3.
Bij beschikking van 3 december 2024 is de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 20 december 2025.

3.Het verzoek

3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van zes maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4.De standpunten

4.1.
De GI heeft ter zitting het verzoek gehandhaafd en als volgt nader toegelicht.
Vanwege het volgen van stage kan de moeder de zitting niet bijwonen. Zij heeft de jeugdbeschermer laten weten dat zij achter een verlenging van de ondertoezichtstelling staat. In de afgelopen periode heeft de moeder positieve stappen gezet. Sinds een paar maanden is de situatie verbeterd. Omdat de situatie nog kwetsbaar is, kan de ondertoezichtstelling nog niet worden afgesloten. De komende periode zal de GI bekijken of meer hulpverlening nodig is.

5.De beoordeling

5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. [1] De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
5.2.
Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting is gebleken dat de ontwikkeling van [minderjarige] nog steeds ernstig wordt bedreigd. Door de spanningsvolle relatie tussen de ouders is [minderjarige] bij hen opgegroeid in een onveilige en instabiele opvoedsituatie. Om de spanningen te verminderen hebben de ouders begin 2025 besloten om niet meer samen te wonen. Zij hebben nog wel een relatie met elkaar. De vader is bijna dagelijks aanwezig bij de moeder en [minderjarige] thuis om betrokken te blijven bij de opvoeding van [minderjarige] . Deze situatie heeft binnen het gezin meer rust gebracht. Al een langere periode lopen conflicten niet meer uit op escalaties. Als spanningen oplopen, vertrekt de vader naar zijn eigen woning. Daardoor komt de veiligheid van [minderjarige] niet meer in gevaar. De moeder heeft meer stabiliteit gecreëerd in het dagelijks leven van [minderjarige] . Zo is zij verhuisd naar een rustige woning, werkt zij actief mee met de hulpverlening, ontvangt zij begeleiding vanuit ASVZ en stelt zij zich op een positieve wijze open voor de samenwerking met de hulpverleners.
5.3.
In oktober 2025 is de moeder gestart met EMDR-therapie en diagnostiek. Deze therapie kan tijdelijk belastend zijn en maakt de opvoedsituatie volgens de GI kwetsbaar. Daarom is het belangrijk dat de jeugdbeschermer de komende periode in contact blijft met de moeder. Ook is er nog onvoldoende zicht op de precieze invulling van de rol van de vader en zijn mogelijkheden in de dagelijkse zorg en opvoeding van [minderjarige] . [minderjarige] verblijft regelmatig bij de grootmoeder vaderszijde, waar hij het naar zijn zin heeft. Het contact met de grootmoeder moederszijde is wisselvallig. De bereikte stabiliteit is dan ook nog pril.
5.4.
De ernstige ontwikkelingsbedreiging kan nog niet of onvoldoende worden weggenomen met hulpverlening in het vrijwillig kader. De ondertoezichtstelling is nog steeds nodig. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] daarom voor de verzochte duur van zes maanden.
5.5.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot 20 juni 2026;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 20 november 2025 door
mr. G.M. Paling, kinderrechter, in aanwezigheid van D. van der Aa als griffier, en op schrift gesteld op 9 december 2025.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:260 BW Pro.