Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- verzoekster;
- de heer M. Klarenbeek, werkzaam bij Fidinda CBM B.V. (hierna: beschermingsbewindvoerder).
Rechtbank Rotterdam
Op 3 december 2025 heeft de Rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in een faillissementsprocedure waarbij verzoekster een dwangakkoord heeft aangevraagd. Verzoekster, die in financiële problemen verkeert, heeft op 31 juli 2025 een verzoek ingediend om een schuldregeling aan te bieden aan haar schuldeisers, waaronder de weigerende schuldeiser Elbuco B.V. Tijdens de zitting op 24 november 2025 was Elbuco niet verschenen, ondanks dat zij behoorlijk was opgeroepen. Verzoekster heeft vijftien schuldeisers, waarvan één preferente en veertien concurrente, met een totale vordering van € 18.636,26. De aangeboden regeling voorziet in een betaling van 34,96% aan de preferente en 17,48% aan de concurrente schuldeisers. De rechtbank heeft vastgesteld dat veertien van de vijftien schuldeisers met de regeling instemden, terwijl Elbuco, met een vordering van € 9.667,93, weigerde in te stemmen.
De rechtbank heeft de belangen van verzoekster en de overige schuldeisers afgewogen tegen die van Elbuco. Het voorstel is getoetst door een deskundige en is goed gedocumenteerd. De rechtbank oordeelde dat het voorstel het uiterste is waartoe verzoekster in staat moet worden geacht, gezien haar financiële situatie en het feit dat zij een Participatiewet-uitkering ontvangt. De rechtbank concludeerde dat de nieuwe schuld aan de Belastingdienst, ontstaan door een herberekening van de kinderopvangtoeslag, niet in de weg staat aan de toewijzing van het verzoek. Uiteindelijk heeft de rechtbank Elbuco bevolen in te stemmen met de schuldregeling en haar veroordeeld in de kosten van de procedure, die op nihil zijn begroot, aangezien verzoekster niet door een advocaat is bijgestaan. Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling is afgewezen, en het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.