ECLI:NL:RBROT:2025:14415

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
3 december 2025
Publicatiedatum
10 december 2025
Zaaknummer
FT RK 25/1389 en FT RK 25/1390
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing van een dwangakkoord in een faillissementsprocedure met betrekking tot een schuldregeling

Op 3 december 2025 heeft de Rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in een faillissementsprocedure waarbij verzoekster een dwangakkoord heeft aangevraagd. Verzoekster, die in financiële problemen verkeert, heeft op 31 juli 2025 een verzoek ingediend om een schuldregeling aan te bieden aan haar schuldeisers, waaronder de weigerende schuldeiser Elbuco B.V. Tijdens de zitting op 24 november 2025 was Elbuco niet verschenen, ondanks dat zij behoorlijk was opgeroepen. Verzoekster heeft vijftien schuldeisers, waarvan één preferente en veertien concurrente, met een totale vordering van € 18.636,26. De aangeboden regeling voorziet in een betaling van 34,96% aan de preferente en 17,48% aan de concurrente schuldeisers. De rechtbank heeft vastgesteld dat veertien van de vijftien schuldeisers met de regeling instemden, terwijl Elbuco, met een vordering van € 9.667,93, weigerde in te stemmen.

De rechtbank heeft de belangen van verzoekster en de overige schuldeisers afgewogen tegen die van Elbuco. Het voorstel is getoetst door een deskundige en is goed gedocumenteerd. De rechtbank oordeelde dat het voorstel het uiterste is waartoe verzoekster in staat moet worden geacht, gezien haar financiële situatie en het feit dat zij een Participatiewet-uitkering ontvangt. De rechtbank concludeerde dat de nieuwe schuld aan de Belastingdienst, ontstaan door een herberekening van de kinderopvangtoeslag, niet in de weg staat aan de toewijzing van het verzoek. Uiteindelijk heeft de rechtbank Elbuco bevolen in te stemmen met de schuldregeling en haar veroordeeld in de kosten van de procedure, die op nihil zijn begroot, aangezien verzoekster niet door een advocaat is bijgestaan. Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling is afgewezen, en het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie
rekestnummer: [nummer 1] – [nummer 2]
uitspraakdatum: 3 december 2025
in de zaak van:
[verzoekster],
wonende te [adres]
[postcode] [woonplaats] ,
verzoekster.

1.De procedure

Verzoekster heeft op 31 juli 2025, tezamen met een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling, een verzoek ingevolge artikel 287a, eerste lid, Faillissementswet ingediend om één schuldeiser, te weten:
- Elbuco B.V. (hierna: Elbuco);
die weigert mee te werken aan een door verzoekster aangeboden schuldregeling, te bevelen in te stemmen met deze schuldregeling.
Ter zitting van 24 november 2025 zijn verschenen en gehoord:
  • verzoekster;
  • de heer M. Klarenbeek, werkzaam bij Fidinda CBM B.V. (hierna: beschermingsbewindvoerder).
De weigerende schuldeiser is, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.
Op 25 november 2025 heeft de beschermingsbewindvoerder de rechtbank nog een aanvullend e-mailbericht gestuurd.
De uitspraak is bepaald op heden.

2.Het verzoek

Verzoekster heeft volgens het ingediende verzoekschrift vijftien schuldeisers, waarvan één preferente en veertien concurrente schuldeisers. Deze schuldeisers hebben in totaal een bedrag van € 18.636,26 van verzoekster te vorderen. Verzoekster heeft bij brief van 29 januari 2025 een schuldregeling aangeboden aan haar schuldeisers, inhoudende een betaling van 34,96% aan de preferente schuldeiser en 17,48% aan de concurrente schuldeisers tegen finale kwijting.
Het aangeboden akkoord heeft de volgende inhoud en achtergrond. De aangeboden regeling is gebaseerd op de NVVK-norm. De afloscapaciteit van verzoekster is gebaseerd op ongewijzigde voortzetting van haar Participatiewet-uitkering. Er is geen sprake van een officiële ontheffing van de sollicitatieverplichting vanuit Avres. De beschermingsbewindvoerder heeft ter zitting verklaard dat verzoekster geen actieve sollicitatieverplichting heeft, omdat zij aan het re-integreren is.
Volgens de aangeboden schuldregeling wordt het aangeboden percentage in één keer aan de schuldeisers uitgekeerd, op basis van een saneringsvoorstel. Er is sprake van een schuldregeling zonder afloscapaciteit, maar met uitdeling van vermogen. Verzoekster heeft zich op het standpunt gesteld dat zij al het mogelijke heeft gedaan om het aangeboden percentage aan haar schuldeisers aan te bieden. De vaste lasten van verzoekster worden door haar beschermingsbewindvoerder voldaan.
Verzoekster heeft sinds de aanmelding bij schuldhulpverlening een nieuwe schuld laten ontstaan aan de Belastingdienst van € 828,-. Deze vordering is ontstaan doordat de kinderopvangtoeslag 2023 van verzoekster opnieuw is berekend. De beschermingsbewindvoerder heeft in zijn e-mailbericht van 25 november 2025 laten weten dat de nieuwe schuld direct kan worden ingelost.
Veertien schuldeisers stemmen met de aangeboden schuldregeling in. Elbuco stemt hier niet mee in. Zij heeft een vordering van € 9.667,93 op verzoekster, welke 51,9% van de totale schuldenlast beloopt.

3.Het verweer

In de contacten met schuldhulpverlening heeft Elbuco te kennen gegeven dat zij – indien het product compleet en onbeschadigd wordt geretourneerd – alsnog bereid is het voorstel te heroverwegen. Hoewel behoorlijk opgeroepen heeft Elbuco geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid haar standpunt schriftelijk dan wel ter zitting toe te lichten.

4.De beoordeling

Uitgangspunt is dat het iedere schuldeiser in beginsel vrij staat om te verlangen dat 100% van zijn vordering, vermeerderd met rente, wordt voldaan. Nu de aangeboden regeling voorziet in een lagere uitkering dan de volledige vordering, staat het belang van Elbuco bij haar weigering vast.
De rechtbank ziet zich gesteld voor het beantwoorden van de vraag of Elbuco in redelijkheid niet tot weigering van instemming met de schuldregeling heeft kunnen komen, in aanmerking genomen de onevenredigheid tussen het belang dat zij heeft bij uitoefening van de bevoegdheid tot weigering en de belangen van verzoekster en de overige schuldeisers die door de weigering worden geschaad.
De rechtbank stelt allereerst vast dat de vordering van Elbuco een aandeel vormt in de totale schuldenlast van 51,9%.
Een ruime meerderheid van de schuldeisers, namelijk veertien van de vijftien schuldeisers, is met de aangeboden regeling akkoord gegaan.
De rechtbank stelt ook vast dat het voorstel is getoetst door een deskundige en onafhankelijke partij, te weten Avres. Voorts is het voorstel naar het oordeel van de rechtbank goed en controleerbaar gedocumenteerd.
De rechtbank is van oordeel dat het voorstel het uiterste is waartoe verzoekster in staat moet worden geacht. Uit het verzoekschrift en het verhandelde ter zitting is gebleken dat verzoekster niet beschikt over betaald werk. Verzoekster ontvangt een Participatiewet-uitkering. Er is geen sprake van een officiële ontheffing van de sollicitatieverplichting vanuit Avres. De beschermingsbewindvoerder heeft ter zitting verklaard dat verzoekster geen actieve sollicitatieverplichting heeft, omdat zij aan het re-integreren is. Onbekend is hoelang de integratie nog zal duren. Verzoekster heeft geen startkwalificatie. Ook spelen er zaken rondom de zorg voor haar kinderen, waarbij verzoekster hulp krijgt van jeugdzorginstanties. Voor de rechtbank is – gelet op het voorgaande – voldoende aannemelijk geworden dat verzoekster in de komende periode (in ieder geval achttien maanden) geen inkomen zal kunnen verwerven dat hoger is dan haar huidige inkomen.
Naar verwachting zal de uitwerking van het voorstel een gunstiger resultaat hebben voor de schuldeisers dan in de situatie dat de schuldsaneringsregeling op verzoekster van toepassing zou zijn, zoals subsidiair verzocht. Immers, de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling zal aanzienlijke kosten met zich brengen, bestaande uit salaris voor de bewindvoerder en griffierecht, die in mindering komen op hetgeen verzoekster zou kunnen afdragen in de schuldsaneringsregeling. Dat betekent dat toepassing van de schuldsaneringsregeling de schuldeisers minder zou opleveren dan bij het akkoord wordt aangeboden. Daar komt nog bij dat een eventuele bate voor de schuldeisers pas aan het einde van de schuldsaneringsregeling wordt uitgekeerd, terwijl de aangeboden regeling erin voorziet dat het aangeboden bedrag ineens en op korte termijn betaalbaar wordt gesteld.
Op grond van het voorgaande komt de rechtbank dan ook tot het oordeel dat de belangen van verzoekster die vanuit een stabiele situatie haar schuldenproblematiek wil oplossen en van de overige schuldeisers die hebben ingestemd met het aanbod, zwaarder wegen dan die van Elbuco, die geweigerd heeft in te stemmen.
De beschermingsbewindvoerder heeft de rechtbank op 25 november 2025 per e-mailbericht laten weten dat de nieuwe ontstane schuld aan de Belastingdienst van € 828,- met betrekking tot de opnieuw berekende kinderopvangtoeslag 2023 direct kan worden ingelost. Naar het oordeel van de rechtbank staat de nieuwe ontstane schuld dan ook niet aan toewijzing van het verzoek in de weg.
Het verzoek om Elbuco te bevelen in te stemmen met de schuldregeling wordt daarom toegewezen.
Elbuco zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Nu voor het onderhavige verzoekschrift geen griffierecht verschuldigd is en verzoekster niet is bijgestaan door een advocaat, worden de kosten begroot op nihil.
De rechtbank stelt vast dat er thans een gedwongen schuldregeling is afgekondigd, die in de plaats komt van de vrijwillige instemming van de schuldeisers. Hieruit volgt dat verzoekster zal kunnen voortgaan met het betalen van haar schulden en dat zij niet verkeert in de toestand dat zij heeft opgehouden te betalen zodat het subsidiaire verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling zal worden afgewezen.

5.De beslissing

De rechtbank:
- beveelt Elbuco om in te stemmen met de door verzoekster aangeboden schuldregeling;
- veroordeelt Elbuco in de kosten van deze procedure, aan de zijde van verzoekster begroot op nihil;
- bepaalt dat dit vonnis in de plaats treedt van de vrijwillige instemming;
- wijst het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling af;
- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.T.P. Pot, rechter, en in aanwezigheid van S.R.L.T. Peek, griffier, in het openbaar uitgesproken op 3 december 2025. [1]

Voetnoten

1.Tegen deze uitspraak kan degene aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak, hoger beroep instellen. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.