Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- verzoeker;
- mevrouw J. Baart, beschermingsbewindvoerder;
- de heer mr. J. Pearson, advocaat van verzoeker.
2.Het verzoek
3.Het verweer
4.De beoordeling
5.De beslissing
13 november 2025;
Rechtbank Rotterdam
Verzoeker heeft op 12 november 2025 een verzoek ingediend op grond van artikel 287b Faillissementswet tot het treffen van een voorlopige voorziening die de ontruiming van zijn huurwoning opschort. De rechtbank stelde vast dat sprake was van een bedreigende situatie vanwege een vonnis tot ontruiming en een exploot waarin ontruiming werd aangekondigd.
Verzoeker staat sinds augustus 2022 onder beschermingsbewind en ontvangt een uitkering op grond van de Participatiewet, waarmee de huur van €637,38 per maand betaald kan worden. De huur voor november en december 2025 is voldaan. Verzoeker is aangemeld bij een schuldhulpverleningsorganisatie om zijn schuldenproblematiek aan te pakken.
De verweerster, Stichting Havensteder, is niet verschenen of schriftelijk verweer gekomen. De rechtbank weegt het belang van verzoeker, die in zijn woning wil blijven en het schuldhulpverleningstraject wil voortzetten, zwaarder dan het belang van verweerster om het vonnis tot ontruiming uit te voeren.
De rechtbank wijst de voorlopige voorziening toe voor zes maanden onder de voorwaarde dat lopende huurtermijnen tijdig worden voldaan. Tevens verklaart de rechtbank verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling ex artikel 284, tweede lid, Fw, gezien het nog lopende minnelijk traject.
De beschikking is uitgesproken door rechter M.C. Snel-van den Hout op 4 december 2025.
Uitkomst: De rechtbank wijst het moratorium toe en schorst de ontruiming van de huurwoning voor zes maanden onder de voorwaarde dat de lopende huurtermijnen tijdig worden voldaan.