Op 30 oktober 2025 heeft de kinderrechter van de Rechtbank Rotterdam een beschikking uitgesproken over de verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige, hierna te noemen [voornaam minderjarige]. De zaak is behandeld in het kader van de zorg voor de minderjarige, die momenteel in een pleeggezin verblijft. De kinderrechter heeft de gecertificeerde instelling Leger des Heils Jeugdbescherming en Reclassering als verzoeker aangemerkt. De ouders van [voornaam minderjarige] zijn belast met het ouderlijk gezag, maar er zijn zorgen over hun relatie en opvoedvaardigheden. De moeder heeft zich ter zitting niet verzet tegen de verlenging van de ondertoezichtstelling, maar wel tegen de duur van de machtiging tot uithuisplaatsing. De kinderrechter heeft vastgesteld dat de situatie rondom de ouders zorgelijk is, met huiselijk geweld en persoonlijke problematiek aan de zijde van de moeder. De kinderrechter heeft geoordeeld dat de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing noodzakelijk zijn voor de stabiliteit en ontwikkeling van [voornaam minderjarige]. De kinderrechter heeft de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing verlengd voor de duur van een jaar, tot 11 november 2026, en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaard.