Op 20 oktober 2025 heeft de kinderrechter van de Rechtbank Rotterdam een beschikking uitgesproken in de zaak van de Raad voor de Kinderbescherming regio Rotterdam-Dordrecht betreffende een minderjarige, geboren in 2009. De kinderrechter heeft de minderjarige onder toezicht gesteld voor de duur van een jaar en een machtiging tot uithuisplaatsing verleend voor een periode van drie maanden. De Raad verzocht om deze maatregelen vanwege ernstige zorgen over de ontwikkeling van de minderjarige, die onder andere te maken hebben met schoolverzuim, een onveilige opvoedomgeving en middelengebruik door de moeder. Tijdens de zitting waren de moeder, de vader, hun advocaten en vertegenwoordigers van de gecertificeerde instelling aanwezig. De kinderrechter heeft vastgesteld dat de ouders niet in staat zijn om de bedreigde ontwikkeling van de minderjarige af te wenden en dat hulpverlening in het gedwongen kader noodzakelijk is. De kinderrechter heeft de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat betekent dat de maatregelen direct van kracht zijn, ook als er hoger beroep wordt ingesteld. De Raad is verzocht om een rapportage over de stand van zaken voor de pro forma zitting op 1 december 2025.