ECLI:NL:RBROT:2025:14306

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
17 november 2025
Publicatiedatum
8 december 2025
Zaaknummer
ROT 25/8620
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedures
  • Proces-verbaal
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake spoedsluiting bijgebouw woning vanwege overtreding Opiumwet

Op 17 november 2025 heeft de voorzieningenrechter van de Rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in een zaak waarin verzoeker, wonende in Sliedrecht, een voorlopige voorziening vroeg tegen de spoedsluiting van een schuur bij zijn woning. De burgemeester van Sliedrecht had op 16 oktober 2025 besloten om de schuur voor drie maanden te sluiten vanwege een overtreding van de Opiumwet, na een politieonderzoek waarbij gevaarlijke chemicaliën in de schuur werden aangetroffen. Verzoeker stelde dat hij een spoedeisend belang had bij het gebruik van de schuur, maar de voorzieningenrechter oordeelde dat verzoeker in beginsel het besluit op zijn bezwaar kon afwachten, aangezien de sluiting van de schuur niet leidde tot onomkeerbare gevolgen. De voorzieningenrechter concludeerde dat er geen spoedeisend belang was en wees het verzoek om voorlopige voorziening af. De uitspraak werd gedaan in aanwezigheid van de griffier en partijen zijn erop gewezen dat tegen deze uitspraak geen hoger beroep openstaat.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 25/8620

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van

17 november 2025 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen

[verzoeker], uit Sliedrecht, verzoeker,

en

de burgemeester van de gemeente Sliedrecht, de burgemeester,

(gemachtigde: mr. D. van de Water).

Procesverloop

1.1.
Met het besluit van 16 oktober 2025 heeft de burgemeester de spoedsluiting bevolen van het bijgebouw van de woning aan het [adres] voor de duur van drie maanden vanwege een overtreding van de Opiumwet. Dit is in het besluit 29 oktober 2025 op schrift gesteld. Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt. Ook heeft hij de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
1.1.
Op 13 november 2025 heeft de burgemeester een verweerschrift ingediend.
1.3
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 17 november 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker en de gemachtigde van de burgemeester. Ook zijn [naam 1] en [naam 2] namens de burgemeester verschenen.
1.4.
Na afloop van de zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

Wat is er gebeurd?
2. Verzoeker woont op het adres [adres] (de woning). De politie (en de landelijke forensische opsporing) heeft op 16 oktober 2025 de achtertuin van de woning en de bijbehorende schuur doorzocht naar aanleiding van een melding over de aflevering van een grote hoeveelheid chemicaliën op het adres van de woning. In de schuur is een “kokende” chemische stof aangetroffen. In de achtertuin zijn tonnen met aceton (1000 liter), zoutzuur (500 liter), zwavelzuur (180 liter), dichloormethaan (150 liter),
2-methyltetrahydrofuraan (300 liter), polyethyleenglycol (180 liter) en dimethylamino isopropylchloride hydrochloride (625 kilogram) aangetroffen. Verzoeker is als verdachte aangehouden ter zake van een overtreding van de Opiumwet. Dit blijkt uit de bestuurlijke rapportage van de politie van 26 oktober 2025.
Waar gaat het in deze zaak om?
3. De burgemeester heeft de spoedsluiting bevolen van de schuur voor de duur van drie maanden. Verzoeker is het daar niet mee eens. Hij wil met het verzoek om een voorlopige voorziening bereiken dat de bewoners van de woning (zijn vader en hijzelf) voorlopig weer in de schuur mogen.
Heeft verzoeker een spoedeisend belang?
4.1.
Een procedure bij de voorzieningenrechter is een spoedprocedure. Een voorlopige voorziening kan alleen worden getroffen als er een spoedeisend belang is, waardoor iemand niet kan wachten op een beslissing op zijn bezwaar- of beroepschrift. De voorzieningenrechter dient eerst te bepalen of er sprake is van een spoedeisend belang, voordat de zaak inhoudelijk kan worden beoordeeld.
4.2.
De voorzieningenrechter vindt dat verzoeker in beginsel het besluit op zijn bezwaar kan afwachten, omdat het hier alleen gaat over de sluiting van de schuur en niet om de sluiting van de woning. Verzoeker hebben gewoon de vrije beschikking over de woning en de tuin. Alleen de schuur kunnen ze tijdelijk niet gebruiken. Dit is slechts anders als zich anderszins onomkeerbare gevolgen voordoen waardoor ingrijpen door de voorzieningenrechter geboden is. Daarvan is echter niet gebleken. Op zitting heeft verzoeker verteld dat hij zich zorgen maakt over de veiligheid van de bewoners van de woning en in de nabije omgeving omdat in de schuur andere stoffen staan die hij voor hobbymatige doeleinden gebruikt en deze stoffen na verloop van tijd instabiel kunnen worden. De voorzieningenrechter gaat in de eerste plaats uit van het advies van de brandweer. Daarin is niks gezegd over een mogelijke instabiele situatie in de schuur en de noodzaak van het uitvoeren van permanente of periodieke controles. Verder heeft de gemachtigde van de burgemeester op zitting heeft verklaard dat als verzoeker het toch noodzakelijk acht dat er tussentijds in de schuur wordt gekeken of dat er stoffen worden weggehaald, hij contact kan opnemen met de gemeente om in samenspraak met toezichthouders (eenmalig) in verband hiermee de schuur te betreden. Dat argument is dus onvoldoende zwaar om de sluiting op te heffen. Ook de wens van verzoeker om de schuur te ontmantelen acht de voorzieningenrechter niet van zodanig gewicht om de (tijdelijke) opheffing van de sluiting te bevelen. De voorzieningenrechter ziet in wat verzoeker verder in het verzoekschrift naar voren heeft gebracht geen aanknopingspunten voor de conclusie dat het besluit op bezwaar niet kan worden afgewacht. Gelet op het voorgaande vindt de voorzieningenrechter dat verzoeker geen spoedeisend belang heeft bij het treffen van de gevraagde voorlopige voorziening.

Conclusie en gevolgen

5. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
6. Partijen zijn erop gewezen dat tegen deze mondelinge uitspraak geen hoger beroep of verzet openstaat.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. V. van Dorst, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. D.J. Bes, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 17 november 2025.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.