ECLI:NL:RBROT:2025:14278
Rechtbank Rotterdam
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Verplichtingen van huurder tot medewerking aan onderhouds- en renovatiewerkzaamheden door verhuurder
In deze zaak heeft de Rechtbank Rotterdam op 1 december 2025 uitspraak gedaan in een kort geding tussen Stichting Woonplus Schiedam (hierna: Woonplus) en een gedaagde die niet is verschenen. Woonplus, de verhuurder, heeft de kantonrechter verzocht om de gedaagde te veroordelen tot medewerking aan onderhouds- en renovatiewerkzaamheden in de door haar gehuurde woning. De gedaagde heeft op verschillende verzoeken van Woonplus niet gereageerd, wat heeft geleid tot het verlenen van verstek tegen haar. Woonplus heeft aangegeven dat de werkzaamheden onderdeel zijn van een groter project dat in februari 2026 van start gaat, en dat uitstel zou leiden tot extra kosten en hinder.
De kantonrechter heeft geoordeeld dat de eis van Woonplus om de gedaagde te veroordelen tot medewerking aan de werkzaamheden niet onrechtmatig of ongegrond is. De rechter heeft de gedaagde veroordeeld om de werkzaamheden toe te laten en heeft de termijn voor ontruiming van de woning vastgesteld op veertien dagen na betekening van het vonnis, in plaats van de door Woonplus gevraagde drie dagen. Daarnaast is de gedaagde veroordeeld tot betaling van de proceskosten, die zijn begroot op € 958,45, inclusief wettelijke rente vanaf de vijftiende dag na betekening van het vonnis. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat betekent dat het onmiddellijk kan worden uitgevoerd, ook als er hoger beroep wordt ingesteld.
Deze uitspraak benadrukt de rechten van verhuurders om noodzakelijke onderhouds- en renovatiewerkzaamheden uit te voeren en de verplichtingen van huurders om hieraan mee te werken, vooral in situaties waar spoed is geboden.