ECLI:NL:RBROT:2025:14265

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
3 december 2025
Publicatiedatum
8 december 2025
Zaaknummer
C/10/704354/HA RK 25-757
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beschikking voorlopig deskundigenonderzoek in civiele zaak over medische behandeling

In deze zaak heeft de Rechtbank Rotterdam op 3 december 2025 een beschikking gegeven over een voorlopig deskundigenonderzoek. De verzoekster, vertegenwoordigd door advocaat mr. E.H.J.M. Dohmen, heeft een dermatologische behandeling ondergaan op 4 oktober 2022 in het [naam ziekenhuis], die volgens haar niet goed is gegaan. De verzoekster heeft de verwerende partij, vertegenwoordigd door advocaat mr. M.L. Jinkes de Jong, aansprakelijk gesteld voor medisch onzorgvuldig handelen. De partijen zijn het eens geworden over de benoeming van een dermatoloog, dr. M.B. Visch, als deskundige, evenals over de vraagstelling en de kosten van het onderzoek. De rechtbank heeft de partijen erop gewezen dat zij wettelijk verplicht zijn om mee te werken aan het onderzoek door de deskundige. De beschikking bevat ook bepalingen over de kosten van het deskundigenonderzoek, de verplichtingen van de deskundige en de procedure voor het indienen van het rapport. De rechtbank heeft geen proceskosten aan een van de partijen opgelegd.

Uitspraak

RECHTBANK Rotterdam

Zaaknummer / rekestnummer: C/10/704354 / HA RK 25-757
Beschikking van 3 december 2025
in de zaak van
[verzoekster],
te [plaats 1] ,
verzoekende partij,
hierna te noemen: [verzoekster] ,
advocaat: mr. E.H.J.M. Dohmen,
tegen
[verweerder],
te [plaats 2] ,
verwerende partij,
hierna te noemen: [verweerder] ,
advocaat: mr. M.L. Jinkes de Jong.

1.De zaak in het kort

Deze zaak betreft de benoeming van een deskundige na een verzoek tot het bevelen van een voorlopig deskundigenonderzoek. Een dermatoloog zal een medische expertise uitvoeren in verband met de medische behandeling die [verzoekster] heeft ondergaan op 4 oktober 2022 in het [naam ziekenhuis] en die volgens haar niet goed is gegaan.
Partijen zijn het eens geworden over de deskundige, de vraagstelling en de kosten.

2.De procedure

2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift met producties 1 tot en met 13;
- het verweerschrift met producties 1 tot en met 3;
- het bericht van 14 oktober 2025 van mr. C. Geelen namens [verzoekster] dat partijen overeenstemming hebben bereikt en dat de mondelinge behandeling geen doorgang hoeft te vinden, met daarbij de gezamenlijke vraagstelling aan de deskundige;
- het bericht van 14 oktober 2025 van mr. Jinkes de Jong met de bevestiging van de bereikte overeenstemming;
- de mailberichten van 15, 22 oktober en 20 november 2025 van de rechtbank;
- het bericht van partijen van 24 november 2025 dat dr. M. B. Visch, dermatoloog, bereid en in staat is de medische expertise uit te voeren en benoemd kan worden als deskundige.
2.2.
De beschikking is bepaald op vandaag.

3.Het verzoek

3.1.
[verzoekster] verzoekt om bij beschikking een voorlopig deskundigenonderzoek te bevelen en de vraagstelling aan de deskundige voor te leggen die zij voorstelt.
3.2.
[verzoekster] legt het volgende aan haar verzoek ten grondslag. Op 4 oktober 2022 heeft zij een dermatologische behandeling ondergaan bij dr. [persoon A] in het [naam ziekenhuis] , een zogenaamde elektrocoagulatie, vanwege een huidaandoening boven haar bovenlip.
3.3.
Er is volgens [verzoekster] sprake van medisch onzorgvuldig handelen. [verzoekster] heeft [verweerder] aansprakelijk gesteld omdat i) zij aan een medische behandeling is onderworpen zonder dat daarvoor een medische indicatie bestond, ii) de behandeling is uitgevoerd zonder dat voorafgaand voldoende en duidelijke informatie aan haar is verstrekt over de gevolgen en risico’s van de behandeling en iii) in haar medisch dossier geen adequate vastlegging van de overwegingen en beslissingen rond de behandeling is opgenomen.
3.4.
Volgens [verweerder] zijn geen fouten gemaakt bij de indicatiestelling, informatievoorziening en uitvoering van de elektrocoagulatie op 4 oktober 2022. De ontstane littekenvorming bij [verzoekster] is een bekende complicatie. Er heeft ook voldoende ontsmetting plaatsgevonden tijdens de ingreep. Er is geen sprake van medisch onzorgvuldig handelen, aldus [verweerder] .
[verweerder] voert geen verweer tegen het gelasten van een voorlopig deskundigen onderzoek als zodanig maar maakt wel bezwaar tegen de vraagstelling van [verzoekster] . Het voorschot op de kosten van de deskundige moet [verzoekster] betalen, aldus [verweerder] .
3.5.
Voorafgaand aan de mondelinge behandeling hebben partijen overleg gehad en zijn zij tot afspraken gekomen over het voorlopig deskundigenonderzoek en welke deskundige dat zal uitvoeren.

4.Het deskundigenonderzoek - overeenstemming

4.1.
Partijen hebben overeenstemming bereikt dat het deskundigenonderzoek door een dermatoloog zal plaatsvinden. Ook hebben zij overeenstemming bereikt over de persoon van de te benoemen deskundige, de vraagstelling en op welke wijze moet worden omgegaan met de kosten van het deskundigenonderzoek. Partijen hebben de rechtbank verzocht de bereikte overeenstemming neer te leggen in deze beschikking.
4.2.
Partijen hebben de rechtbank meegedeeld dat zij geen bezwaar hebben tegen de hoogte van het door de deskundige opgegeven begroting van het voorschot van € 1.410,- (inclusief btw).
4.3.
Het voorschot op de kosten van de deskundige moet, conform hetgeen is overeengekomen tussen partijen, door [verzoekster] worden gedeponeerd. Partijen hebben afspraken gemaakt over ten laste van wie de deskundigenkosten uiteindelijk zullen komen.
de medewerkingsplicht
4.4.
De rechtbank wijst erop dat partijen wettelijk verplicht zijn om mee te werken aan het onderzoek door de deskundige. De rechtbank werkt deze verplichting uit in de beslissing. Wordt aan een van deze verplichtingen niet voldaan, dan kan de rechtbank daaruit de gevolgtrekking maken die zij geraden acht, ook in het nadeel van de desbetreffende partij.
4.5.
Indien een partij desgevraagd of op eigen initiatief schriftelijke opmerkingen en verzoeken aan de deskundige doet toekomen, dient zij daarvan terstond afschrift aan de wederpartij te verstrekken.
de proceskosten
4.6.
De rechtbank ziet geen aanleiding om een van partijen in de proceskosten te veroordelen.

5.De beslissing

De rechtbank
5.1.
beveelt een onderzoek door een deskundige ter beantwoording van de volgende vragen:
ALGEMEEN
1. Staat het u vrij om deze expertise te verrichten, in die zin dat u niet in een persoonlijke of
zakelijke relatie staat tot de bij deze expertise betrokken patiënte, de zorgverleners en het
ziekenhuis?
2. Beschikt u over voldoende gegevens om deze casus te kunnen beoordelen? Zo nee, wilt u
aangeven welke gegevens u graag nog zou ontvangen alvorens te rapporteren?
3. Welke zijn uw bevindingen na opname van de anamnese, bestudering van het medisch dossier en het lichamelijk onderzoek van betrokkene?
HOE HOORT HET IN HET ALGEMEEN TE GAAN?
4. Kunt u voor de geneeskundige behandeling waar het hier over gaat (namelijk: de
elektrocoagulatie verricht op 4 oktober 2022) aangeven hoe deze moet worden verricht volgens de binnen de beroepsgroep bestaande professionele standaard? Wilt u daarbij zoveel mogelijk verwijzen naar richtlijnen, protocollen en literatuur, en de (digitale) vindplaats daarvan vermelden?
HOE IS HET IN DIT GEVAL GEGAAN EN WAS DAT CONFORM DE PROFESSIONELE STANDAARD?
5. Kunt u op basis van het medisch dossier een beschrijving geven van de in vraag 4 genoemde stadia van de geneeskundige behandeling zoals verricht bij betrokkene in het [naam ziekenhuis] ?
6. Is betrokkene voldoende geïnformeerd over de voorgestelde behandeling, de alternatieven en de risico’s en complicaties? Zo nee, waarover is betrokkene onvoldoende geïnformeerd en acht u het aannemelijk dat zij in geval van afdoende voorlichting niet voor de uitgevoerde behandeling zou hebben gekozen?
7. Is de behandeling op 4 oktober 2022 uitgevoerd in overeenstemming met de geldende
professionele standaard, rekening houdend met de geldende richtlijnen op uw vakgebied? Zo nee, hoe had de dermatoloog in de gegeven omstandigheden dan anders moeten handelen en op grond waarvan?
De vragen 8 tot en met 11 behoeven alleen beantwoord te worden indien het antwoord op één of meerdere van de vragen 5 tot en met 7 ontkennend is.
8. Kunt u aangeven wat het onzorgvuldig handelen voor gevolgen heeft gehad op het ziektebeloop, het behandelingsresultaat en de prognose? Wilt u uw overwegingen zo duidelijk en uitvoerig mogelijk weergeven?
9. Is er naar uw mening sprake van een medische eindtoestand? Zo niet, is er een toename te verwachten van het huidige functieverlies en beperkingen in het dagelijks leven? Indien er nog een behandeling kan plaatsvinden, wat kan dit betekenen voor de aanwezige klachten c.q. beperkingen?
10. Zijn de door u gevonden afwijkingen geheel, gedeeltelijk of geheel niet te zien als gevolg van de niet-correcte behandeling? Kunt u dit toelichten?
11. Heeft u nog therapeutische suggesties voor betrokkene of andere opmerkingen die voor deze casus van belang kunnen zijn?
5.2.
benoemt tot deskundige:
Mevrouw dr. M.B. Visch, dermatoloog
[adres]
[postcode] [woonplaats]
E-mail: birgitte.visch@gmail.com
Telefoonnummer: [gsm-nummer]
het voorschot/ de kosten
5.3.
stelt de hoogte van het voorschot op de kosten van de deskundige vast op het door de deskundige begrote bedrag van € 1.410,-
5.4.
bepaalt dat [verzoekster] het voorschot dient over te maken
binnen twee wekenna de datum van de nota met betaalinstructies van het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak,
5.5.
draagt de griffier op om de deskundige onmiddellijk in kennis te stellen van de betaling van het voorschot,
het onderzoek
5.6.
bepaalt dat [verzoekster] het procesdossier in afschrift aan de deskundige dient te doen toekomen,
5.7.
bepaalt dat de deskundige het onderzoek zelfstandig zal instellen op de door de deskundige in overleg met partijen te bepalen tijd en plaats,
5.8.
wijst de deskundige er op dat:
- de deskundige voor aanvang van het onderzoek dient kennis te nemen van de
Leidraad deskundigen in civiele zaken (deze wordt toegestuurd en is te raadplegen op www.rechtspraak.nl )
  • de deskundige het onderzoek pas na het bericht van de griffier omtrent betaling van het voorschot dient aan te vangen,
  • de deskundige het onderzoek onmiddellijk dient te staken en contact dient op te nemen met de griffier, indien tijdens de uitvoering van de werkzaamheden het voorschot niet toereikend blijkt te zijn,
5.9.
bepaalt dat partijen nadere inlichtingen en gegevens aan de deskundige dienen te verstrekken indien de deskundige daarom verzoekt en de deskundige ook voor het overige gelegenheid dienen te geven tot het verrichten van het onderzoek,
het schriftelijk rapport
5.10.
draagt de deskundige op om uiterlijk drie maanden na het schriftelijk bericht van de griffier omtrent de betaling van het voorschot een schriftelijk en ondertekend bericht in drievoud ter griffie van de rechtbank in te leveren, onder bijvoeging van een gespecificeerde declaratie,
5.11.
wijst de deskundige er op dat:
  • uit het schriftelijk bericht moet blijken op welke stukken het oordeel van de deskundige is gebaseerd,
  • dat de deskundige [verzoekster] in de gelegenheid moet stellen om gebruik te maken van het inzage- en blokkeringsrecht als bedoeld in artikel 7:464 lid 2 onder b BW en, indien zij als eerste kennis wenst te nemen van het deskundigenrapport, een concept van dat rapport aan [verzoekster] (eventueel onder gesloten couvert via zijn advocaat) moet toesturen en [verzoekster] daarbij een termijn van twee weken moet bieden om aan te geven of zij gebruik wil maken van het blokkeringsrecht (waarbij het [verzoekster] zich van commentaar op het concept moet onthouden),
  • dat, indien [verzoekster] binnen die termijn mededeelt gebruik te maken van haar blokkeringsrecht, de deskundige de werkzaamheden onmiddellijk moet staken en dit aan de rechtbank moet mededelen,
  • dat, indien [verzoekster] geen gebruik maakt van haar inzage- of blokkeringsrecht, de deskundige het concept van het deskundigenrapport aan de advocaten van partijen moet toezenden,
5.12.
bepaalt dat partijen binnen vier weken dienen te reageren op het concept-rapport van de deskundige nadat dit aan partijen is toegezonden en dat partijen bij de deskundige gelegenheid hebben op elkaars opmerkingen en verzoeken naar aanleiding van het concept-rapport te reageren.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.E. Molenaar en in het openbaar uitgesproken op
3 december 2025.
3246/ 3152