De zaak betreft een huurovereenkomst tussen Stichting Havensteder en gedaagde, die sinds november 2019 een woning huurt. Er is een huurachterstand van €6.336,84 en een niet-betaalde eindafrekening stookkosten van €4.760,72 over 2022 en 2023. Gedaagde erkent de huurachterstand maar betwist de stookkosten wegens vermeend te hoog verbruik, zonder dit met stukken te onderbouwen.
De kantonrechter oordeelt dat gedaagde de stookkosten moet betalen omdat Havensteder de kosten met eindafrekeningen heeft onderbouwd en gedaagde onvoldoende bewijs heeft geleverd. Incassokosten en rente worden afgewezen wegens een oneerlijk boetebeding in de algemene voorwaarden van Havensteder. De totale betalingsachterstand wordt vastgesteld op €11.097,56, verminderd met een betaling van €750,00, waardoor €10.347,56 resteert.
De huurovereenkomst wordt ontbonden wegens ernstige betalingsachterstand, ondanks dat gedaagde financiële hulp zoekt. Gedaagde moet de woning binnen veertien dagen ontruimen en een gebruiksvergoeding betalen tot de ontruiming. Proceskosten van €1.472,45 worden aan gedaagde opgelegd. Havensteder heeft toegezegd niet tot ontruiming over te gaan als gedaagde voor 1 januari 2026 een redelijk afbetalingsvoorstel doet en zich daaraan houdt.
Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en alle overige vorderingen worden afgewezen.