De zaak betreft een geschil tussen Stichting Hef Wonen en huurders die sinds augustus 2022 een woning huren. Hef Wonen vordert betaling van een huurachterstand, ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning. De huurders verschenen niet in de procedure, waarna verstek werd verleend.
De kantonrechter vernietigde het opslagbeding in de huurovereenkomst en algemene voorwaarden, waardoor huurverhogingen alleen op basis van het indexatiebeding zijn toegestaan. Dit leidde tot een lagere berekening van de huurachterstand, die uiteindelijk op €6.725,83 werd vastgesteld. De huurachterstand rechtvaardigt volgens de rechter ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning binnen veertien dagen.
De kantonrechter wees de vordering tot betaling van buitengerechtelijke incassokosten af vanwege een oneerlijk incassokostenbeding dat afwijkt van de wettelijke regeling. De rente over de huurachterstand werd wel toegewezen. De proceskosten werden aan de huurders opgelegd en het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.