ECLI:NL:RBROT:2025:14238

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
21 november 2025
Publicatiedatum
5 december 2025
Zaaknummer
11677863 CV EXPL 25-10364
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 289 RvArt. 6 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Proceskostenveroordeling na intrekking vorderingen in watertoevoerzaak

Eiseres had gedaagde gedagvaard wegens het niet betalen van geleverde drinkwaterkosten. Bij verstekvonnis werd gedaagde veroordeeld tot betaling en werd eiseres gemachtigd de watertoevoer af te sluiten bij niet-betaling. Gedaagde kwam in verzet en betwistte de levering en de overeenkomst.

Naar aanleiding van het verzet trok eiseres haar vorderingen in om pragmatische en bewijstechnische redenen. De kantonrechter vernietigde het verstekvonnis en veroordeelde eiseres tot betaling van de proceskosten van gedaagde, begroot op €208,04.

De kantonrechter oordeelde dat het intrekken van de vorderingen geen misbruik van procesrecht opleverde, aangezien eiseres onbetwist stelde dat gedaagde eigenaar was van de woning met een werkende wateraansluiting. Het ontbreken van een watermeter maakte niet dat er geen waterverbruik was.

Eiseres werd niet veroordeeld tot betaling van de werkelijke proceskosten omdat er geen sprake was van buitengewone omstandigheden zoals misbruik van procesrecht. De procedure werd door de kantonrechter doorgehaald en de overige vorderingen werden afgewezen.

Uitkomst: Het verstekvonnis wordt vernietigd en eiseres wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten van gedaagde.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 11677863 CV EXPL 25-10364
datum uitspraak: 21 november 2025
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
[eiseres],
vestigingsplaats: [vestigingsplaats] ,
eiseres,
gemachtigde: Syncasso Gerechtsdeurwaarders B.V.,
tegen
[gedaagde],
woonplaats: [woonplaats] ,
gedaagde,
gemachtigde: mr. G.A. Soebhag.
De partijen worden hierna ‘ [eiseres] ’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 7 december 2024, met bijlagen;
  • het verstekvonnis van deze rechtbank van 22 januari 2025 met zaaknummer 11463220 CV EXPL 24-32664;
  • de vezetdagvaarding van 7 april 2025, met bijlagen;
  • de brief van [eiseres] van 23 juni 2025;
  • de akte van [gedaagde] van 22 juli 2025, met één bijlage;
  • de brief van [eiseres] van 15 augustus 2025
  • de rolbeslissing van 22 augustus 2025;
  • de akte van [eiseres] van 21 oktober 2025, met bijlagen.

2.De beoordeling

Wat is de kern?
2.1.
[eiseres] stelt dat zij drinkwater aan [gedaagde] heeft geleverd. Volgens [eiseres] heeft [gedaagde] nagelaten voor de levering van het drinkwater te betalen. [eiseres] heeft daarom [gedaagde] op 17 december 2024 gedagvaard. Bij verstekvonnis van 22 januari 2025 is [gedaagde] veroordeeld om € 248,41 aan [eiseres] te betalen en om vanaf 25 september 2025 2024 € 27,99 per maand of gedeelte daarvan aan [eiseres] te betalen zolang [gedaagde] water geleverd krijgt. [eiseres] is verder gemachtigd om, indien [gedaagde] niet binnen twee weken na betekening van het verstekvonnis geheel heeft voldaan aan de hiervoor genoemde betalingsverplichting, de watertoevoer in de woning van [gedaagde] aan de [adres] in Rotterdam af te sluiten en de meter te verzegelen en die afsluiting op kosten van [gedaagde] te controleren. [gedaagde] is verder veroordeeld om in dat geval toe te staan dat [eiseres] deze werkzaamheden uitvoert, om € 205,00 aan [eiseres] te betalen en om indien nodig voor het uitvoeren van deze werkzaamheden de woning tijdelijk en gedeeltelijk te ontruimen. [gedaagde] is tot slot veroordeeld in de proceskosten.
2.2.
[gedaagde] is het niet eens met het verstekvonnis en is bij dagvaarding van 7 april 2025 in verzet gekomen tegen het verstekvonnis. Volgens [gedaagde] heeft hij nooit een overeenkomst met [eiseres] gesloten. [gedaagde] betwist dat [eiseres] drinkwater aan hem heeft geleverd.
2.3.
[eiseres] heeft naar aanleiding van de verzetdagvaarding van [gedaagde] aan de kantonrechter laten weten dat zij de vorderingen tegen [gedaagde] intrekt en de kantonrechter verzocht om de zaak door te halen. De kantonrechter heeft [gedaagde] gevraagd of hij instemt met het doorhalen van de procedure. [gedaagde] heeft de kantonrechter daarop laten weten dat zij een proceskostenveroordeling wenst, waarbij [eiseres] volgens [gedaagde] in de werkelijke proceskosten moet worden veroordeeld omdat er sprake is van misbruik van procesrecht.
Het verstekvonnis wordt vernietigd
2.4.
Omdat [eiseres] haar vorderingen heeft ingetrokken, wordt het verstekvonnis vernietigd.
[eiseres] moet de proceskosten van [gedaagde] betalen
2.5.
Op grond van artikel 289 Rv Pro kan de kantonrechter ambtshalve of op verzoek een proceskostenveroordeling uitspreken.
2.6.
De proceskosten komen in dit geval voor rekening van [eiseres] . [gedaagde] krijgt immers in deze verzetsprocedure gelijk, nu [eiseres] haar vorderingen heeft ingetrokken. De kantonrechter ziet geen aanleiding om [eiseres] in de werkelijke proceskosten van [gedaagde] te veroordelen. Daarvoor bestaat namelijk alleen aanleiding indien sprake is van buitengewone omstandigheden, zoals misbruik van procesrecht of onrechtmatig handelen. Dit kan niet snel worden aangenomen, omdat iedereen het recht heeft om een zaak te laten beoordelen door de rechter (artikel 6 EVRM Pro). [1] In dit geval is naar het oordeel van de kantonrechter geen sprake van zulke buitengewone omstandigheden. Het feit dat [eiseres] na ontvangst van de verzetdagvaarding om pragmatische en bewijstechnische redenen haar vorderingen jegens [gedaagde] heeft ingetrokken, maakt nog niet dat het starten van deze procedure door [eiseres] onrechtmatig is geweest of misbruik van procesrecht oplevert. [eiseres] heeft namelijk onbetwist gesteld dat [gedaagde] ten tijde van de dagvaarding eigenaar was van de woning aan de [adres] in Rotterdam, welke woning over een werkende aansluiting op het waterleidingnetwerk van [eiseres] beschikt. Daarbij erkent [gedaagde] dat hij geen overeenkomst met [eiseres] heeft gesloten voor de levering van water. [eiseres] heeft derhalve alleen al ten aanzien van het afsluiten van de watertoevoer terecht [gedaagde] als (toenmalig) eigenaar van de woning aangesproken. Daarbij wil het enkele feit dat [eiseres] vanwege het ontbreken van een watermeter in de woning niet kan aantonen dat er vanuit de woning water is verbruikt – en zij derhalve haar vorderingen op dit punt niet nader kan onderbouwen – nog niet zeggen dat er in werkelijkheid geen water is verbruikt.
2.7.
De kantonrechter begroot de kosten die [eiseres] aan [gedaagde] moet betalen op € 148,04 aan dagvaardingskosten, € 40,00 aan salaris voor de gemachtigde (één punt) en € 20,00 aan nakosten. Dat is in totaal € 208,04. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
vernietigt het op 22 januari 2025 tussen de partijen gewezen verstekvonnis met zaaknummer 11463220 CV EXPL 24-32664;
3.2.
veroordeelt [eiseres] in de proceskosten, die aan de kant van [gedaagde] worden begroot op € 208,04;
3.3.
wijst al het andere af.
Dit vonnis is gewezen door mr. B.J.R. van Tongeren en in het openbaar uitgesproken.
62828

Voetnoten

1.Hoge Raad 15 september 2017, ECLI:NL:HR:2017:2360, 5.3.3 en 5.3.4.