Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding, met bijlagen;
- de brief van [gedaagde] van 13 november 2025, met bijlagen;
- de spreekaantekeningen van de gemachtigde van [gedaagde] .
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
De huurder van een woning in Rotterdam werd geconfronteerd met een buitengerechtelijke ontbinding van de huurovereenkomst door verhuurder Havensteder, nadat de burgemeester de woning had gesloten vanwege drugsgerelateerde activiteiten. Politie vond in de woning een handelshoeveelheid cocaïne en gebruiksattributen, en meldingen van overlast door omwonenden waren aanwezig.
De huurder betwistte de ontbinding en voerde aan dat de hoeveelheid drugs gering was, dat het sluitingsbesluit nog niet onherroepelijk was en dat hij vanwege medische redenen belang had bij behoud van de woning. De kantonrechter oordeelde dat Havensteder bevoegd was de overeenkomst te ontbinden en dat het gebruik van deze bevoegdheid niet onaanvaardbaar was gezien de ernst van de situatie.
De rechter stelde vast dat er sprake was van regelmatig drugsgebruik en overlast, dat de huurder weinig probleembesef toonde en dat het belang van de verhuurder bij het handhaven van de openbare orde en het woonklimaat zwaarder woog dan het belang van de huurder. De ontruiming werd daarom toegewezen met een termijn van twee weken na betekening.
Uitkomst: De kantonrechter wijst de vordering tot ontruiming toe en veroordeelt de huurder tot ontruiming binnen twee weken na betekening.