Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- het schriftelijke wrakingsverzoek van verzoeker gedateerd 7 oktober 2025, bij de rechtbank binnengekomen op 9 oktober 2025;
- de schriftelijke reactie van de rechter van 13 oktober 2025.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen mr. E.J. Rutten, rechter in een bestuurszaak tussen verzoeker en de invorderingsambtenaar van het Samenwerkingsverband Vastgoedinformatie Heffing en Waardebepaling (SVHW).
De wrakingskamer beoordeelde de ontvankelijkheid van het verzoek, waarbij de kernvraag was of het verzoek tijdig was ingediend volgens artikel 8:16 lid 1 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De wrakingsgrond werd gebaseerd op de afwijzing van een uitstelverzoek door de griffier op 29 september 2025.
De rechtbank oordeelde dat het wrakingsverzoek pas op 9 oktober 2025 was ontvangen, wat meer dan een week na de bekendwording van de wrakingsgrond was. Hoewel verzoeker aanvoerde geen juridische bijstand te hebben en voldoende tijd nodig te hebben om het verzoek te formuleren, vond de wrakingskamer dit geen rechtvaardiging voor de overschrijding van de korte termijn die de wet voorschrijft.
Daarom werd het wrakingsverzoek als te laat beschouwd en werd verzoeker niet-ontvankelijk verklaard. De beslissing werd op 2 december 2025 in het openbaar uitgesproken door de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank Rotterdam.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening.