Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- verzoeker;
- mevrouw D. Mol, werkzaam bij Stroomopwaarts (hierna: schuldhulpverlening).
Rechtbank Rotterdam
Verzoeker heeft bij de rechtbank Rotterdam een voorlopige voorziening ex artikel 287b Faillissementswet gevraagd om ontruiming van zijn huurwoning te voorkomen. De rechtbank constateert een bedreigende situatie door het proces-verbaal van ontruiming en het exploot dat ontruiming op korte termijn dreigt.
Verzoeker staat sinds 3 oktober 2025 onder beschermingsbewind en ontvangt inkomsten uit arbeid, huurtoeslag en mogelijk een aanvullende bijstandsuitkering. Hierdoor zijn de lopende huurtermijnen voldoende gewaarborgd. Verweerster heeft geen bezwaar tegen het moratorium en ondersteunt het verzoek.
De rechtbank weegt het belang van verzoeker om in de woning te blijven en schuldhulpverlening te doorlopen zwaarder dan het belang van verweerster bij ontruiming. Daarom wordt het moratorium voor zes maanden toegewezen onder de voorwaarde dat de huurtermijnen tijdig worden voldaan.
Daarnaast wordt verzoeker niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling ex artikel 284, tweede lid, Fw, omdat het minnelijk traject nog loopt. De rechtbank bepaalt dat schuldhulpverlening uiterlijk twee weken voor afloop van het moratorium verslag uitbrengt.
De uitspraak is gedaan door rechter J.T.P. Pot op 16 oktober 2025.
Uitkomst: Moratorium van zes maanden toegewezen en ontruiming van huurwoning geschorst onder voorwaarde van tijdige huurbetaling.