Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- verzoeker;
- mevrouw D. Mol, werkzaam bij Stroomopwaarts (hierna: schuldhulpverlening).
Rechtbank Rotterdam
In deze zaak heeft de Rechtbank Rotterdam op 16 oktober 2025 uitspraak gedaan in een verzoekschrift ex artikel 287b van de Faillissementswet (Fw) van verzoeker, die onder beschermingsbewind staat. Verzoeker heeft op 22 september 2025 een verzoek ingediend voor een voorlopige voorziening om ontruiming van zijn huurwoning te voorkomen. De rechtbank heeft vastgesteld dat er sprake is van een bedreigende situatie, aangezien er een proces-verbaal van de kantonrechter is overgelegd waarin ontruiming is aangekondigd. De rechtbank heeft geoordeeld dat het belang van verzoeker om in zijn huurwoning te blijven zwaarder weegt dan het belang van de verhuurder, verweerster, om tot ontruiming over te gaan. De rechtbank heeft daarom het verzoek toegewezen en een moratorium van zes maanden opgelegd, waarbij de huurtermijnen tijdig voldaan moeten worden. Tevens is verzoeker niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling, maar kan hij in de toekomst een nieuw verzoek indienen. De uitspraak is openbaar gedaan door rechter J.T.P. Pot en griffier C. van der Velde.