Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- verzoeker;
- de heer J.A. van Es en mevrouw D. Rodriguez, beiden werkzaam bij Geldplein (hierna: schuldhulpverlening);
- mevrouw [persoon A] , werkzaam bij Woonstad (hierna: verweerster).
Rechtbank Rotterdam
In deze zaak heeft de Rechtbank Rotterdam op 16 oktober 2025 uitspraak gedaan in een verzoekschrift van een schuldenaar, die om een voorlopige voorziening vroeg op grond van artikel 287b van de Faillissementswet. De verzoeker, die inkomsten ontvangt uit een Participatiewet-uitkering en huurtoeslag, vroeg om een moratorium van zes maanden, omdat hij slechts één schuldeiser had en dreigde ontruimd te worden uit zijn huurwoning. De rechtbank heeft vastgesteld dat de verzoeker in staat is om de lopende huurtermijnen te voldoen, ondanks een eerdere huurachterstand. De verweerster, de verhuurder, had de huurovereenkomst ontbonden op grond van dringend eigen gebruik, maar de rechtbank oordeelde dat dit verweer niet voldoende onderbouwd was. De rechtbank heeft het verzoek tot moratorium toegewezen, maar voor een kortere termijn van vier maanden in plaats van de gevraagde zes maanden, omdat de verzoeker slechts één schuldeiser had. Tevens werd de verzoeker niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling, met de mogelijkheid om in de toekomst een nieuw verzoek in te dienen. De rechtbank heeft de tenuitvoerlegging van het vonnis tot ontruiming opgeschort voor de duur van het moratorium, mits de verzoeker zijn huurtermijnen tijdig blijft voldoen.