De Raad voor de Kinderbescherming heeft een verzoek ingediend tot ondertoezichtstelling van een minderjarige geboren in 2015, vanwege zorgen over de opvoedsituatie en veiligheid. De minderjarige woont momenteel met de vader bij een oom, na meerdere verhuizingen en wisselingen van school. Er is sprake van huiselijk geweld waarvan de minderjarige getuige is geweest. De moeder is onvoldoende beschikbaar en werkt niet mee met hulpverlening.
Tijdens de zitting op 17 november 2025 waren de ouders, vertegenwoordigers van de Raad en de gecertificeerde instelling aanwezig. De vader betwistte de ernst van de situatie, terwijl de moeder vooral aandacht vroeg voor huisvesting en geen ondertoezichtstelling wenste. De gecertificeerde instelling bevestigde de zorgen en de noodzaak van ondersteuning.
De kinderrechter oordeelde dat aan de wettelijke voorwaarden voor ondertoezichtstelling is voldaan vanwege ernstige bedreiging van de ontwikkeling van de minderjarige. De beschikking geldt voor negen maanden en wordt direct uitvoerbaar verklaard. De betrokken jeugdbeschermer zal de situatie monitoren en hulp coördineren, met als doel stabiliteit en veiligheid voor de minderjarige te waarborgen.