ECLI:NL:RBROT:2025:14015
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.G.L. de Vette
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening wegens ontbreken spoedeisend belang bij verzoek om andere promotor
Verzoeker, een promovendus binnen het EDLE-programma, vroeg om een andere promotor aan de Erasmus Universiteit Rotterdam (EUR) vanwege een vertrouwensbreuk veroorzaakt door de ondertekening van een open brief door zijn huidige promotor. Het College voor Promoties (CvP) weigerde dit verzoek en beëindigde het promotietraject aan de EUR.
Verzoeker vorderde een voorlopige voorziening om tijdelijk een andere promotor toegewezen te krijgen en zijn positie als promovendus te behouden. De voorzieningenrechter oordeelde dat er onvoldoende spoedeisend belang was, omdat verzoeker zijn promotieonderzoek ook aan andere universiteiten voortzet en de verdediging van zijn proefschrift pas in 2027 zal plaatsvinden.
Daarnaast was niet aannemelijk gemaakt dat de DAAD-beurs of deelname aan het EDLE-programma daadwerkelijk zal worden beëindigd. De voorzieningenrechter zag daarom geen noodzaak om het bestreden besluit voorlopig te schorsen.
De zaak wordt inhoudelijk behandeld in de bodemprocedure, waarbij de rechtmatigheid van het besluit zal worden beoordeeld. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen zonder toekenning van proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.