ECLI:NL:RBROT:2025:14002

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
1 december 2025
Publicatiedatum
2 december 2025
Zaaknummer
C/10/710009 / KG ZA 25-1123
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 557a lid 3 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing ontruiming vaartuig en afgifte sleutels met dwangsom

In deze kort gedingprocedure vordert eiseres de ontruiming van een vaartuig dat door gedaagde wordt bezet, alsmede de afgifte van alle toegangsmiddelen tot het vaartuig. Gedaagde is niet verschenen, waarna verstek is verleend.

De voorzieningenrechter oordeelt dat de eerste twee vorderingen van eiseres gegrond zijn en wijst deze toe. De ontruimingstermijn van drie dagen na betekening wordt redelijk geacht, mede vanwege de geringe omvang van het vaartuig. Gedaagde wordt veroordeeld het vaartuig te ontruimen, de sleutels en eventuele andere toegangsmiddelen af te geven en het vaartuig in de huidige staat ter beschikking te stellen, met een verbod om terug te keren.

De gevorderde machtiging om ontruimingskosten op gedaagde te verhalen wordt afgewezen wegens onvoldoende concreetheid. Ook wordt de vordering op grond van artikel 557a lid 3 Rv afgewezen, omdat dit artikel alleen ziet op onroerende zaken en het vaartuig geen onroerende zaak is. Tot slot wordt een dwangsom van € 1.000 per dag opgelegd, met een maximum van € 50.000, om naleving af te dwingen. Gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot ontruiming van het vaartuig binnen drie dagen, afgifte van sleutels en toegangsmiddelen, betaling van een dwangsom en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK Rotterdam

Team handel en haven
Zaaknummer: C/10/710009 / KG ZA 25-1123
Vonnis in kort geding van 1 december 2025
in de zaak van
[eiseres],
statutaire vestigingsplaats: [vestigingsplaats] ,
eiseres,
advocaat: mr. M. Sweerts,
tegen
[gedaagde],
feitelijke verblijfplaats: [verblijfplaats]
gedaagde,
die niet is verschenen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding van 20 november 2025, met bijlagen 1 tot en met 8;
  • de mondelinge behandeling op 28 november 2025.

2.De beoordeling

2.1.
De voorzieningenrechter verleent verstek tegen gedaagde. Gedaagde is namelijk niet verschenen in de procedure, terwijl bij zijn oproeping in deze zaak alle wettelijke termijnen en regels zijn gevolgd.
2.2.
Het spoedeisend belang van eiseres bij haar eerste twee vorderingen volgt uit de stellingen in de dagvaarding en wat tijdens de mondelinge behandeling is gezegd.
2.3.
Deze twee vorderingen komen de voorzieningenrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor en worden om die reden toegewezen, met inachtneming van het volgende.
2.3.1.
Gelet op de toelichting van eiseres dat het vaartuig niet zo groot is en dat gedaagde om die reden niet veel tijd nodig zal hebben om het vaartuig te ontruimen, komt de gevorderde ontruimingstermijn van drie dagen na betekening van dit vonnis de voorzieningenrechter redelijk voor. Met de vordering om het vaartuig ontruimd te houden bedoelt eiseres dat het gedaagde wordt verboden om na de ontruiming naar het vaartuig terug te keren.
Eiseres vordert onder meer afgifte van de sleutels en tags of passen of druppels waarmee gedaagde zich toegang tot het vaartuig kan verschaffen. Tijdens de mondelinge behandeling is namens eiseres toegelicht dat gedaagde in ieder geval over sleutels van het vaartuig beschikt en dat niet kan worden uitgesloten dat gedaagde over meer toegangsmiddelen beschikt. Gelet hierop wordt gedaagde veroordeeld om de sleutels van het vaartuig en alle eventuele andere toegangsmiddelen waarmee hij zich toegang tot het vaartuig kan verschaffen aan eiseres af te geven.
Tijdens de mondelinge behandeling is verder toegelicht dat waar “in goede staat” staat, moet worden gelezen “in de huidige staat”. De vordering wordt op die manier toegewezen.
De gevorderde machtiging om de kosten van de ontruiming van het vaartuig op gedaagde te verhalen wordt afgewezen. Op dit moment staat nog niet vast of zulke kosten gemaakt zullen worden en, zo ja, hoeveel. De gevorderde machtiging is daarom te onbepaald om te worden toegewezen.
2.3.2.
Eiseres stelt dat (financiële en ecologische) schade dreigt als het vaartuig niet zo snel mogelijk tot haar beschikking komt en dat om die reden een stevige financiële prikkel voor gedaagde nodig is om het vaartuig alsnog vrijwillig te ontruimen, wat hij tot nu toe weigert. Een eventuele gedwongen ontruiming kan slechts worden uitgevoerd met bijstand van de politie en er kan, zo stelt eiseres, enige tijd overheen gaan voordat de politie beschikbaar is om bijstand te verlenen bij een gedwongen ontruiming. In het licht van deze onweersproken stellingen ziet de voorzieningenrechter aanleiding om de gevorderde dwangsom toe te wijzen zoals gevorderd.
2.4.
De vordering om te bepalen dat dit vonnis binnen de in artikel 557a lid 3 Rv genoemde termijn van één jaar ook ten uitvoer kan worden gelegd tegen eenieder die zich in of op het vaartuig bevindt of daar binnentreedt en telkens wanneer zich dat voortdoet, wordt afgewezen. Artikel 557a lid 3 Rv heeft alleen betrekking op onroerende zaken en het vaartuig is geen onroerende zaak. De voorzieningenrechter ziet in de wet en de rechtspraak geen handvatten om deze vordering toch toe te wijzen.
2.5.
Gedaagde is voor het grootste deel in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van eiseres worden begroot op:
- dagvaarding € 121,02
- griffierecht € 714,00
- salaris advocaat € 715,00 (tarief verstekzaak)
- nakosten €
178,00(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal € 1.728,02
2.6.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

3.De beslissing

De voorzieningenrechter
3.1.
verleent verstek tegen gedaagde;
3.2.
veroordeelt gedaagde om binnen drie dagen na betekening van dit vonnis het vaartuig genaamd ‘ [naam vaartuig] ’, dat is aangemeerd in de Achterhaven tegenover het adres [adres] , Rotterdam-Delfshaven, te ontruimen, te verlaten met al het zijne en de zijnen, het vaartuig onder afgifte van de sleutels en alle eventuele andere toegangsmiddelen waarmee hij zich toegang tot het vaartuig kan verschaffen in de huidige staat ter vrije beschikking aan eiseres te stellen en daarheen niet terug te keren;
3.3.
veroordeelt gedaagde om aan eiseres een dwangsom van € 1.000,00 te betalen per dag of dagdeel dat hij de veroordelingen in 3.2 niet nakomt, waarbij gedaagde in totaal maximaal € 50.000,00 aan dwangsommen kan verbeuren;
3.4.
veroordeelt gedaagde in de proceskosten van € 1.728,02, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als gedaagde niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet gedaagde € 92,00 extra aan eiseres betalen, plus de kosten van betekening;
3.5.
verklaart de veroordelingen in 3.2, 3.3 en 3.4 van dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.6.
wijst af wat eiseres meer of anders heeft gevorderd.
Dit vonnis is gewezen door mr. B. van Velzen en in het openbaar uitgesproken op 1 december 2025.
3349 / 3194