ECLI:NL:RBROT:2025:14000

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
27 november 2025
Publicatiedatum
2 december 2025
Zaaknummer
C/10/709913 / KG ZA 25-1117
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedures
  • Kort geding
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vordering tot ontruiming van een woning in kort geding met verstek

In deze zaak heeft de Rechtbank Rotterdam op 27 november 2025 uitspraak gedaan in een kort geding, waarin de eiseres, Stichting Woonstad Rotterdam, een vordering tot ontruiming van een woning heeft ingediend. De gedaagden zijn niet verschenen tijdens de mondelinge behandeling op 24 november 2025, waardoor de voorzieningenrechter verstek heeft verleend. De eiseres heeft in haar dagvaarding gesteld dat er in de woning een drugslab heeft gezeten en dat zij wil voorkomen dat de woning opnieuw voor dergelijke doeleinden wordt gebruikt. De voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat het spoedeisend belang van de eiseres bij de vorderingen voldoende is onderbouwd en heeft de vorderingen toegewezen. De ontruimingstermijn is vastgesteld op acht dagen na betekening van het vonnis. Tevens is er een verbod opgelegd aan de gedaagden om na vertrek uit de woning terug te keren of zonder een huurovereenkomst een andere woning van de eiseres te betrekken. De opgelegde dwangsom is gemaximeerd op € 10.000,00 per persoon. De gedaagden zijn hoofdelijk veroordeeld tot betaling van de proceskosten, die zijn begroot op € 1.752,45. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK Rotterdam

Team handel en haven
Zaaknummer: C/10/709913 / KG ZA 25-1117
Vonnis in kort geding van 27 november 2025
in de zaak van
STICHTING WOONSTAD ROTTERDAM,
vestigingsplaats: Rotterdam,
eiseres,
advocaat: mr. R. van der Hoeff,
tegen
1. HIJ/ZIJ DIE VERBLIJFT/VERBLIJVEN TE ( [postcode] ) [plaats] AAN [adres],
2. [gedaagde sub 2],
gedaagden,
die niet zijn verschenen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding van 14 november 2025, met bijlagen 1 tot en met 10;
  • het afschrift van de bekendmaking van de dagvaarding in deze zaak in het Algemeen Dagblad;
  • de mondelinge behandeling op 24 november 2025.

2.De beoordeling

2.1.
De voorzieningenrechter verleent verstek tegen gedaagden. Gedaagden zijn namelijk niet verschenen tijdens de mondelinge behandeling, terwijl bij hun oproeping in deze zaak alle wettelijke termijnen en regels in acht zijn genomen.
2.2.
Het spoedeisend belang van eiseres bij haar vorderingen volgt uit haar stellingen in de dagvaarding.
2.3.
De vorderingen van eiseres komen de voorzieningenrechter niet ongegrond of onrechtmatig voor en worden om die reden toegewezen. Omdat eiseres onweersproken heeft gesteld dat in de woning een drugslab heeft gezeten en zij wil voorkomen dat de woning hier opnieuw voor wordt gebruikt, is een ontruimingstermijn van acht dagen na betekening van dit vonnis – zoals gevorderd – op zijn plaats. Gelet op de toelichting van eiseres in de dagvaarding dat de wijk waarin de woning is gelegen berucht is bij krakers en dat eiseres wil voorkomen dat gedaagden de woning (of een andere woning in dezelfde wijk) opnieuw in bezit nemen, heeft eiseres belang bij het door haar gevorderde verbod voor gedaagden om na vertrek uit de woning daarin terug te keren of zonder een daartoe strekkende
huurovereenkomst een andere door eiseres in de [wijk] in [plaats] beheerde woning te betrekken. De voor dat verbod gevorderde dwangsom wordt wel gemaximeerd op € 10.000,00 per persoon.
2.4.
Gedaagden zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom hoofdelijk de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van eiseres worden begroot op:
- dagvaarding € 145,45
- griffierecht € 714,00
- salaris advocaat € 715,00 (tarief verstekzaak)
- nakosten €
178,00(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal € 1.752,45
2.5.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

3.De beslissing

De voorzieningenrechter:
3.1.
verleent verstek tegen gedaagden;
3.2.
veroordeelt gedaagden, ieder afzonderlijk, om binnen acht dagen na betekening van dit vonnis de woning aan het [adres] ( [postcode] ) in [plaats] met alle personen en/of roerende zaken die zich van hunnentwege in de woning bevinden, te ontruimen en te verlaten en ontruimd te houden;
3.3.
bepaalt dat op grond van artikel 557a lid 3 Rv de veroordeling in 3.2. tot een half jaar na vandaag ook ten uitvoer kan worden gelegd tegen een ieder die zich ten tijde van de tenuitvoerlegging in de woning aan het [adres] ( [postcode] ) in [plaats] bevindt of daar binnentreedt en telkens wanneer dat zich voordoet;
3.4.
verbiedt gedaagden, ieder afzonderlijk, om na vertrek uit de woning aan het [adres] ( [postcode] ) in [plaats] daarin terug te keren of zonder een daartoe strekkende huurovereenkomst een andere door eiseres in de [wijk] in [plaats] beheerde woning te betrekken;
3.5.
veroordeelt gedaagden om aan eiseres te betalen een dwangsom van € 250,00 per persoon per dag dat gedaagden in gebreke blijven aan het verbod in 3.4. te voldoen, een gedeelte van een dag voor een volle gerekend, met dien verstande dat gedaagden per persoon maximaal € 10.000,00 aan dwangsommen kunnen verbeuren;
3.6.
veroordeelt gedaagden hoofdelijk in de proceskosten van € 1.752,45, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als gedaagden niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend, dan moeten gedaagden € 92,00 extra betalen, plus de kosten van betekening;
3.7.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.8.
wijst al het andere af.
Dit vonnis is gewezen door mr. Th. Veling en in het openbaar uitgesproken op 27 november 2025.
3349 / 1980