ECLI:NL:RBROT:2025:13999
Rechtbank Rotterdam
- Wraking
- J. van den Bos
- A. Buizer
- M.G.L. de Vette
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek wegens ontbreken gronden en misbruik wrakingsinstrument
Verzoekster heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechter die betrokken is bij drie civiele zaken betreffende voorlopige voorzieningen op grond van de Faillissementswet. Tijdens de zitting op 26 november 2025 heeft verzoekster haar wrakingsverzoek ingediend, maar kon zij geen concrete uitlatingen, gedragingen of beslissingen van de rechter aanwijzen die aanleiding zouden geven tot wraking.
De wrakingskamer constateert dat verzoekster niet heeft toegelicht waarom zij meent dat de rechter vooringenomen is of de schijn daarvan heeft gewekt. De wet vereist dat feiten en omstandigheden die aanleiding geven tot wraking gelijktijdig worden vermeld, hetgeen in dit geval niet is gebeurd. Hierdoor is het wrakingsverzoek niet ontvankelijk.
Daarnaast oordeelt de wrakingskamer dat verzoekster het wrakingsmiddel heeft gebruikt voor een ander doel dan waarvoor het bedoeld is, namelijk het vertragen van de hoofdzaken. Daarom wordt een volgend wrakingsverzoek in de hoofdzaken niet meer in behandeling genomen. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Verzoekster wordt niet-ontvankelijk verklaard in het wrakingsverzoek en een volgend wrakingsverzoek wordt niet in behandeling genomen wegens misbruik van het wrakingsinstrument.