ECLI:NL:RBROT:2025:13974
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag overname geldschuld op basis van de Wet hersteloperatie toeslagen
In deze zaak heeft de Rechtbank Rotterdam op 27 november 2025 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke procedure tussen eiseres en de minister van Financiën. Eiseres, die gedupeerd is door de kinderopvangtoeslagaffaire, had een aanvraag ingediend voor de overname van een geldschuld op basis van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht). De minister had deze aanvraag afgewezen, omdat de schuld niet voor 1 juni 2021 opeisbaar was geworden. Eiseres voerde aan dat de minister ten onrechte de hardheidsclausule niet had toegepast, omdat zij door de coronacrisis niet in staat was geweest om aan haar aflossingsverplichtingen te voldoen. De rechtbank oordeelde echter dat de beroepsgronden van eiseres niet slagen. De rechtbank concludeerde dat de schuld niet als opeisbaar kon worden beschouwd, aangezien eiseres met de schuldeiser afspraken had gemaakt over uitstel van betaling. De rechtbank oordeelde dat de minister de hardheidsclausule terecht niet had toegepast, omdat er geen sprake was van schrijnende omstandigheden die toepassing van de regeling rechtvaardigden. De rechtbank verklaarde het beroep van eiseres ongegrond, wat betekent dat de minister niet verplicht was de schuld over te nemen. Eiseres kreeg geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.