Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- verzoekster;
- mevrouw E.L.E. Houben en de heer A.M.C. van Berkel, beiden werkzaam bij Geldplein (hierna: schuldhulpverlening).
Rechtbank Rotterdam
In deze zaak heeft verzoekster op 15 oktober 2025 een verzoekschrift ingediend op basis van artikel 284 van de Faillissementswet (Fw) en artikel 287b, eerste lid, Fw, met het verzoek om een voorlopige voorziening. De rechtbank heeft de behandeling van het verzoekschrift bepaald op 21 oktober 2025. Tijdens de zitting op die datum is verweerster, Stichting Havensteder, niet verschenen. Verzoekster heeft verklaard dat zij 20 uur per week werkt, maar momenteel ziek is en bezig is met re-integratie. Haar inkomsten zijn voldoende om de lopende huurtermijnen te voldoen, en de huur voor oktober en november 2025 is tijdig betaald. De rechtbank heeft vastgesteld dat er sprake is van een bedreigende situatie, aangezien er een vonnis tot ontruiming van de woonruimte van verzoekster was. De rechtbank heeft de belangen van verzoekster, die in haar huurwoning wil blijven wonen en het schuldhulpverleningstraject wil doorlopen, zwaarder laten wegen dan die van verweerster, die het vonnis tot ontruiming ten uitvoer wilde leggen. De rechtbank heeft de voorlopige voorziening toegewezen, met voorwaarden, en verzoekster niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling. De beslissing houdt in dat de tenuitvoerlegging van het ontruimingsvonnis wordt opgeschort voor de duur van zes maanden, mits de huurtermijnen tijdig worden voldaan.