ECLI:NL:RBROT:2025:13959
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.G.L. de Vette
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen beëindiging WIA-uitkering wegens ontbreken spoedeisend belang
Verzoekster heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen de beëindiging van haar WIA-uitkering door het UWV, met het doel voorschotten te ontvangen totdat de rechtbank uitspraak doet op haar beroep. De voorzieningenrechter oordeelt dat verzoekster geen financieel spoedeisend belang heeft bij het treffen van een voorlopige voorziening.
Verzoekster stelt dat het besluit onrechtmatig is vanwege een onzorgvuldige hoorzitting waarbij de verzekeringsarts een vooringenomen houding aannam en de hoorzitting voortijdig beëindigde. Hoewel verzoekster hierover een klacht heeft ingediend, is niet gebleken dat het besluit evident onrechtmatig is.
De voorzieningenrechter stelt vast dat het UWV een uitgebreid medisch onderzoek heeft verricht en dat in bezwaar een volledige heroverweging heeft plaatsgevonden. De klacht over de hoorzitting leidt niet tot het oordeel dat het besluit zonder diepgaand onderzoek ernstig betwijfeld moet worden.
Daarom wordt het verzoek afgewezen en hoeft het UWV geen voorschot te verstrekken. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van spoedeisend belang en evident onrechtmatigheid.