Partijen, gehuwd sinds 2016 en gescheiden in 2022, zijn gezamenlijk ouderlijk gezag over twee minderjarige kinderen. In het ouderschapsplan is de hoofdverblijfplaats bij de moeder vastgesteld met een co-ouderschapsregeling waarbij de kinderen om de week wisselen tussen ouders.
De vrouw verzoekt wijziging van de zorgregeling en vakantieverdeling, terwijl de man zelfstandig verzoekt de hoofdverblijfplaats bij hem te plaatsen en de zorgregeling aan te passen. De rechtbank stelt vast dat geen sprake is van gewijzigde omstandigheden die een wijziging rechtvaardigen.
Uit het eindrapport van Enver en de raad voor de kinderbescherming blijkt dat verschillen in opvoedstijlen aanwezig zijn, maar deze zijn niet schadelijk voor de kinderen. Strijd hierover wordt als schadelijk ervaren, maar de bestaande regeling biedt stabiliteit en duidelijkheid.
De rechtbank wijst de verzoeken af en bepaalt dat elke partij zijn eigen proceskosten draagt. De minderjarige is gehoord en de kinderrechter heeft hem een brief gestuurd waarin de beslissing wordt toegelicht en het belang van stabiliteit wordt benadrukt.