De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming West verzocht om verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige tot diens meerderjarigheid op 14 augustus 2026. De minderjarige verblijft sinds enkele jaren in een pleeggezin en volgt een mbo-opleiding met een positieve ontwikkeling. De moeder, belast met het ouderlijk gezag, kampt met mentale problematiek en heeft wisselend gefunctioneerd, waardoor de ondertoezichtstelling tot nu toe een belangrijke veiligheidsfactor is geweest.
Op de zitting waren de pleegouders en een vertegenwoordiger van de GI aanwezig; de moeder verscheen niet. De minderjarige gaf geen mening. De pleegouders gaven aan dat het goed gaat met de minderjarige, die baat heeft bij schematherapie en begeleid contact met de moeder, welke frequentie hij passend vindt.
De kinderrechter oordeelt dat de voorwaarden voor verlenging zijn vervuld en dat verlenging in het belang is van de minderjarige, omdat het rust en continuïteit biedt en onrust in de aanloop naar meerderjarigheid voorkomt. De machtiging tot uithuisplaatsing wordt eveneens verlengd. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat deze direct geldt ook bij hoger beroep.