In deze zaak staat een huurkoopovereenkomst tussen [gedaagde] en Hiltermann Lease B.V. centraal. [gedaagde] kocht een Mercedes via een huurkoopovereenkomst die door de verkoper aan Hiltermann was overgedragen. Na niet-betaling van de leasebedragen ontbond Hiltermann de overeenkomst en vorderde teruglevering van de auto, betaling van achterstanden en schadevergoeding.
[gedaagde] stelde dat de Mercedes niet goed was en dat zij de overeenkomst had ontbonden en vernietigd vanwege onjuiste contractuele bepalingen. Zij wilde derden, waaronder [bedrijf 2] B.V. en haar bestuurders, in vrijwaring oproepen omdat zij deze aansprakelijk achtte voor de ontbinding en eventuele schade.
De kantonrechter gaf toestemming om [bedrijf 2] en haar bestuurders in vrijwaring op te roepen, omdat [gedaagde] voldoende had gesteld over hun mogelijke aansprakelijkheid. Voor [bedrijf 1] en haar bestuurders werd de vrijwaring geweigerd, omdat onvoldoende is gesteld waarom deze niet-contractspartij aansprakelijk zou zijn.
De zitting voor de rol en mondelinge behandeling is vastgesteld op 16 en 18 december 2025, waarbij zowel de voorlopige voorziening als de hoofdzaak worden besproken. Beide partijen dragen hun eigen proceskosten. De overige beslissingen in de hoofdzaak worden aangehouden.