Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- verzoeker;
- mr. B. El Ouath, advocaat van verzoeker (hierna: advocaat);
- mr. drs. M.J.B. van Uden, advocaat van FT Vastgoed B.V. (hierna: verweerster);
- mevrouw [persoon A] , werkzaam bij FT Vastgoed B.V..
Rechtbank Rotterdam
Verzoeker heeft een verzoek ingediend op grond van artikel 287b Faillissementswet om een voorlopige voorziening te treffen die de ontruiming van zijn woning opschort. De ontruiming was bevolen in een vonnis van 10 oktober 2025. Verzoeker verkeert in financiële problemen en heeft begeleiding nodig, waarvoor hij beschermingsbewind heeft aangevraagd. Zijn zus helpt hem tijdelijk met vaste lasten.
De rechtbank constateert dat er sprake is van een bedreigende situatie door de aangekondigde ontruiming. Verzoeker ontvangt een PW-uitkering en toeslagen, waarmee hij de lopende huurtermijnen kan voldoen. Hij is aangemeld bij schuldhulpverlening, die hem gaat begeleiden bij een minnelijk traject.
Verweerster betwist dat verzoeker in staat is de huurverplichtingen na te komen en wijst op eerdere betalingsachterstanden en gebrek aan constructief contact. De rechtbank weegt echter het belang van verzoeker om in de woning te blijven en schuldhulpverlening te doorlopen zwaarder dan het belang van verweerster.
De voorziening wordt onder voorwaarden toegewezen, waaronder tijdige betaling van de lopende termijnen. Het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het minnelijk traject nog loopt. De moratoriumperiode wordt vastgesteld op zes maanden vanaf 31 oktober 2025.
Uitkomst: Moratorium van zes maanden toegewezen en ontruiming opgeschort onder voorwaarde van tijdige huurbetaling.