Verzoekers hebben een verzoek ingediend op grond van artikel 287b Faillissementswet om een voorlopige voorziening te treffen die de ontruiming van hun huurwoning tegenhoudt. De rechtbank oordeelt dat er sprake is van een bedreigende situatie vanwege het vonnis tot ontruiming en het geplande exploot.
De verzoekers kampen met schulden en ontvangen schuldhulpverlening via Geldplein, waarbij budgetbeheer wordt ingesteld om de huurbetalingen te waarborgen. Ondanks eerdere betalingsachterstanden en beslagleggingen op hun inkomen, is de huur van november 2025 voldaan. De rechtbank weegt het belang van verzoekers om in de woning te blijven en het schuldhulpverleningstraject te doorlopen tegen het belang van de verhuurder om het vonnis uit te voeren.
Gezien de recente betalingsgeschiedenis en het feit dat de beslagvrije voet nog niet is verhoogd, wijst de rechtbank het moratorium toe voor een termijn van drie maanden, korter dan de verzochte zes maanden. Dit moratorium geldt onder de voorwaarde dat de lopende huurtermijnen tijdig en volledig worden voldaan. Tevens verklaart de rechtbank het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling niet-ontvankelijk vanwege het nog lopende minnelijk traject.