Verzoeker heeft bij de rechtbank Rotterdam een voorlopige voorziening ex artikel 287b Faillissementswet aangevraagd om de ontruiming van zijn huurwoning op te schorten. Dit verzoek volgt op een vonnis van 17 september 2025 waarin ontruiming werd bevolen. Verzoeker was eerder buschauffeur bij de RET met beslag op zijn inkomen, maar is recent van werkgever gewisseld en verdient nu voldoende om de huur te betalen.
Verweerster betwist het verzoek en voert aan dat verzoeker nauwelijks huur heeft betaald en niet reageert op inspectieverzoeken. De rechtbank oordeelt dat er sprake is van een bedreigende situatie vanwege de aangekondigde ontruiming en dat het moratorium bedoeld is om verzoeker een adempauze te geven om een schuldregeling te treffen.
De rechtbank weegt het belang van verzoeker, die voldoende inkomen genereert en zich bewust is van tijdige betaling, zwaarder dan het belang van verweerster. Daarom wordt het moratorium voor zes maanden toegewezen onder de voorwaarde dat de huurtermijnen tijdig worden voldaan. Tevens wordt verzoeker niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling ex artikel 284, tweede lid, Fw.